Koel- en vriessector buitengewoon interessant voor netbeheerders
10 april 2026

Op maandag 30 maart organiseerde Nekovri samen met netbeheerder Liander een goedbezochte kennissessie over netcongestie en de mogelijke rol van koel- en vrieshuizen binnen congestiemanagement. Op uitnodiging van Nekovri kwamen leden bijeen bij het Aviodrome in Lelystad voor een inhoudelijke en praktische sessie over het concept ‘Gepland Koelen’: een pilot waarmee koel- en vrieshuizen hun flexibiliteit kunnen inzetten om het elektriciteitsnet te ontlasten in ruil voor een financiële vergoeding.


Netcongestie raakt inmiddels direct aan de bedrijfsvoering van veel koel- en vrieshuizen. Juist daarom vindt Nekovri het belangrijk om hier vroegtijdig bij aan tafel te zitten. De druk op het elektriciteitsnet neemt in heel Nederland snel toe en netbeheerders kijken nadrukkelijk naar sectoren die flexibiliteit kunnen bieden in hun energieverbruik. Ook de koel- en vriessector komt daarbij steeds meer in beeld. Voor Nekovri is dat reden om actief betrokken te zijn: als je als sector niet aan tafel zit, sta je al snel op het menu. Oftewel: als de sector niet zelf meedenkt over oplossingen en randvoorwaarden, bestaat het risico dat er op termijn vooral vóór de sector wordt besloten in plaats van mét de sector.


De afgelopen periode heeft Nekovri meerdere gesprekken gevoerd met netbeheerder Liander over de uitdagingen rondom netcongestie en de vraag hoe onze sector hierin een constructieve rol kan spelen. Dit onderwerp is ook uitvoerig besproken binnen het Expertteam Energie en het Expertteam Techniek, soms ook in aanwezigheid van Liander. Daarbij zijn vanuit de sector nadrukkelijk aandachtspunten meegegeven over onder meer contractduur, minimale afschakelcapaciteit, productveiligheid, praktische uitvoerbaarheid en de behoefte aan duidelijke rekenvoorbeelden.


Tijdens de bijeenkomst in Lelystad presenteerde Liander de verdere uitwerking van deze propositie waarbij de netbeheerder duidelijk blijk gaf van de input vanuit de sector. De pilot ‘Gepland Koelen’ is opengesteld voor 15 bedrijven uit de koel- en vriessector.


Hoe werkt ‘Gepland Koelen’?

Binnen de pilot werkt Liander met een capaciteitssturingscontract (CSC). Daarbij blijft het gecontracteerde transportvermogen van het bedrijf in stand, maar worden aanvullende afspraken gemaakt over momenten waarop een deel van het vermogen tijdelijk kan worden teruggebracht. In ruil daarvoor ontvangt het bedrijf een vaste, gegarandeerde vergoeding (uniek!). De mate van vergoeding hangt af van drie factoren: het beschikbare flexibele vermogen, de duur van het afroepbare tijdsblok en de mate waarin het bedrijf op verschillende momenten beschikbaar kan zijn voor afroep.


Een belangrijk praktisch uitgangspunt is dat Liander een afroep één dag van tevoren doorgeeft. Hierdoor kunnen bedrijven tijdig rekening houden met hun planning en hun koelinstallaties desgewenst eerder extra laten koelen. De afroep verloopt via GOPACS; de ondernemer blijft daarbij zelf verantwoordelijk voor acceptatie en uitvoering van de afroep. Dat kan handmatig, maar in de praktijk zal dit vaak via een energiemanagementsysteem (EMS) of energiepartner worden aangestuurd.


Een belangrijk onderdeel van de sessie was de businesscase. Liander presenteerde meerdere rekenvoorbeelden waaruit blijkt dat flexibiliteit ook financieel aantrekkelijk kan zijn. Daarmee werd tijdens de bijeenkomst duidelijk dat ‘Gepland Koelen’ twee kanten raakt: enerzijds een maatschappelijke bijdrage aan het beter benutten van het elektriciteitsnet en het verkorten van wachtlijsten voor andere ondernemers, en anderzijds een potentiële extra opbrengst op bestaande transportrechten.


Tegelijkertijd werd ook tijdens deze sessie bevestigd dat deelname niet voor ieder bedrijf vanzelfsprekend zal zijn. De werkbaarheid hangt sterk af van de technische inrichting van het pand, de isolatie, de aard van de opgeslagen producten, het laad- en losproces en de vraag in hoeverre temperatuurschommelingen verantwoord zijn. Liander benoemde zelf ook dat bedrijven goed moeten kijken naar hun operationele processen en waar nodig moeten investeren in energiesturing. Daarbij werd gewezen op mogelijke ondersteuning via onder andere een EMS, en in sommige gevallen op subsidiemogelijkheden zoals Flex-E en de EIA.


De kennissessie in Lelystad liet zien dat het onderwerp leeft en dat er binnen de sector veel belangstelling is om hierover verder door te praten. Daarom koersen Nekovri en Liander inmiddels af op een tweede bijeenkomst, die naar verwachting halverwege mei zal plaatsvinden bij Liander in Arnhem. Deze vervolgsessie is bedoeld voor leden die er op 30 maart niet bij konden zijn, maar ook voor leden die het onderwerp verder willen verdiepen. Daarbij geldt dat ook leden buiten het verzorgingsgebied van Liander van harte welkom zijn.



Deel direct via:

Relevante berichten


10 april 2026
Door : Judith Witte Uit: Vakblad Voedingsindustrie Er zijn veel veranderingen gaande in de koel- en vriesbranche. Welke trends zijn zichtbaar en wat zijn de meest brandende kwesties in deze sector waarin alles draait om koud-kouder-koudst? We praten erover met vier specialisten die de branche door en door kennen. Een verhaal over koel- en vrieshuizen gaat over veel méér dan alleen koude, zo blijkt al snel als de vier experts om de tafel schuiven. Erik Hoogendoorn, manager techniek en innovatie bij Equans, bijt het spits af. Hij signaleert veel onzekerheid onder ondernemers: “Oorzaken zijn onder andere de geopolitieke onrust en oorlogen, handelstarieven die continu wijzigen en de steeds veranderende wet- en regelgeving zoals de Europese F-gassen-wetgeving en CSRD waarop ondernemers moeten anticiperen. De onzekerheid over de toekomst van de elektrische infrastructuur in Nederland schuurt met de duurzaamheidsambities van bedrijven. Ondernemers wachten af. Wij kunnen de veroorzakers van de onzekerheden niet wegnemen, maar wel mogelijkheden creëren om stappen vooruit te maken.” Davey Gerlings, CEO/bestuurder van Nekovri, branchevereniging voor Nederlandse koel- en vrieshuizen, haakt daarop in. Hij ziet grote verschuivingen in de wereldwijde handelsstromen, die een flinke impact hebben op de sector. “Zo is onze export naar China deels opgedroogd doordat dat land in rap tempo zelfvoorzienend is geworden”, geeft hij als voorbeeld. “Gelukkig is onze sector wendbaar; bedrijven schakelen ogenblikkelijk over naar andere producten.” De volgende trend die hij noemt is de toegenomen ketenintegratie. “Transportbedrijven gaan ook opslag verzorgen, retailers openen een eigen koel- en vrieshuis. Tegelijkertijd is er een consolidatieslag gaande. We zijn met steeds meer mensen op de wereld, we willen meer gemak. Koel- en vrieshuizen spelen daarin een essentiële rol. Het overgrote deel van de Nederlandse voedsel en sierteelt gaat namelijk direct vanaf het land de koel-vries keten in. Ondanks de knelpunten zijn we een stabiele groeisector die interessant is voor investeerders. Grote partijen zijn bezig met overnames; vooral van het middenkader. Daarnaast blijft er een groep kleinere niche-spelers met specifieke kennis en expertise voor producten die specialistisch opgeslagen moeten worden. Denk aan de opslag van appels en peren, bollen, pootgoed en boter.” “Door die overnames hebben we te maken met heel veel uitbreidingsprojecten”, zegt Gerard Scherff, commercieel directeur K.I.M. Nederland: “Zolang de gemeente het toelaat, gaat een ondernemer het liefst de hoogte in; je kunt de grond immers maar één keer benutten. Voor ons is dat geen probleem. We houden van zeer specialistische projecten in de voeding. Hoe groter hoe beter.” Besparen “In de voedingsindustrie werd bij koelinstallaties van oudsher veel warmte naar buiten gegooid. Koudetechniek is namelijk niet meer dan warmte uit een ruimte halen en die ergens anders heenbrengen. Een koelmachine is dus feitelijk een warmtepomp,” zegt Erik. “Afgelopen decennia is het besef gegroeid dat je die restwarmte nuttiger kan inzetten; voor het verwarmen van je pand of reinigingswater bijvoorbeeld. Dat wordt nóg interessanter nu energie steeds duurder wordt en de druk vanuit de overheid toeneemt om van het gas af te stappen: als je een installatie vervangt door een nieuwe met een hogere efficiency, kan je aansluitvermogen omlaag. Door dit soort zaken gefaseerd aan te pakken, waarborg je de continuïteit van je bedrijf en maak je toch de noodzakelijke overschakeling van een oud naar een nieuw systeem. Deze oplossing vergt zowel van de klant als van ons als toeleverancier de nodige creativiteit en flexibiliteit in planning en logistiek. Maar we denken graag met de klant mee. Samen kijken we vooral naar wat er wél kan en welke mogelijkheden er zoal zijn.” “Ook door beter te isoleren hou je geld over”, geeft Gerard aan. “Door te kiezen voor hogere isolatiewaardes van de panelen, loop je automatisch in op duurzaamheid vanwege het lagere stroomverbruik dat daarmee samenhangt. Ten opzichte van drie jaar geleden is de isolatiewaarde dankzij onze Quadcore panelen met wel 10% verbeterd. Deze hybride isolatiekerntechnologie is een duurzamere en hoogwaardigere opvolger van traditionele PUR- en PIR-isolatieplaten. Sommige vrieshuizen hebben al zo'n goede isolatiewaarde dat er overdag niet of aanzienlijk minder gekoeld hoeft te worden. De verdampers van de koelinstallaties worden alleen ‘s nachts aangezet. Slim.” Davey lacht: “Deuren dichthouden, of ze in ieder geval zo snel mogelijk weer sluiten, levert je veel besparingen op. Klinkt logisch, maar de praktijk is weerbarstig. We maakten vanuit Nekovri zelfs een campagne ‘Deuren dicht’, om de gedragsverandering in bedrijven te stimuleren.” “Het managen van temperatuurverschillen kan veel energie besparen”, mengt deurspecialist Bert Verrips, hoofd sales industrie Hörmann, zich in het gesprek. “Hoe sneller een deur weer dicht kan, hoe beter je dat managen in de hand hebt. Een serieuze uitdaging daarbij is ervoor te zorgen dat een deur ook bij grote temperatuurverschillen tussen twee ruimtes 200 keer per dag open en dicht blíjft gaan. Dat vraagt van ons om innovatieve oplossingen, zoals het plaatsen van de juiste verwarmingselementen, of een isolerende luchtlaag tussen delen van de deur. Het slimmer vormgeven van je dockstation kan eveneens veel opleveren. Er zijn allerlei oplossingen om de koudebruggen die daar ontstaan te voorkomen, zoals opblaasbare shelters. Nog beter is het ‘docking before opening’-systeem. Dat laat vrachtwagens eerst aandocken met gesloten achterdeuren. Pas na het afdichten wordt vanuit de hal de trailer geopend. Naast lagere energiekosten levert dit minder wachttijd en schades op, en een veiliger werkgebied aan de laadkuil.” Move to minus 15 Niet alleen het voorkomen van het weglekken van koude bespaart energie; de thermostaat wat minder koud zetten zou daaraan ook kunnen bijdragen. Kan dat echt? En wat zijn daarvan de gevolgen? Dat wordt onderzocht binnen het consortium FROSTEQ, waarin Nekovri, partijen uit de héle koelketen en Wageningen University & Research participeren. Is het mogelijk om de temperatuur in vrieshuizen te verhogen van de huidige standaard van -18 graden Celsius naar -15? Het antwoord neigt naar ‘ja, dat kan’. Veel brancheorganisaties, ook Europese, hebben zich al aangesloten bij de organisatie ‘Move to minus 15’. Begrijpelijk, want de potentie aan energiebesparing en vermindering van de CO2-uitstoot in de hele keten is enorm: een eerste voorzichtige indicatie is dat deze aanpassing een energiebesparing oplevert van 7%. “Hoewel dat een grote klapper kan zijn, hebben we ons er als Nekovri bewust nog niet bij aangesloten”, zegt Davey. “Zo’n aanpassing raakt namelijk de héle keten. De voedselveiligheid mag nooit in het gedrang raken, die staat altijd op één. Het is veel complexer dan op eerste gezicht lijkt, ook als het gaat om de aansprakelijkheid.” Brandveiligheid Voortbordurend op dat thema, vervolgt hij: “Als vrieshuis ben je een soort ‘goede huisvader’ voor de producten die je opslaat; die producten zijn immers niet van jezelf. Dat brengt een enorme verantwoordelijkheid met zich mee. Sterke leveringsvoorwaarden zijn daarom essentieel voor onze branche; daar maken we ons hard voor. Die voorwaarden waren zelfs de reden dat de Nekovri destijds is ontstaan. Eigenaren moeten hun producten bijvoorbeeld zélf verzekeren.” “Dat ligt anders voor het pand waarin die producten worden opgeslagen”, vervolgt Gerard. “Een groot knelpunt waar de koel- en vrieshuizen momenteel tegenaan lopen, is de brandveiligheid ervan. Verzekeraars stellen heel strenge eisen, mede ingegeven door enkele grote branden die bij vrieshuizen en productiebedrijven hebben gewoed. Om aan de nieuwe eisen te voldoen, moeten we overschakelen naar andere producten. Steenwol is geschikt om aan de brandwerendheidseis te voldoen, maar ongeschikt voor vrieshuizen vanwege de slechtere isolatiewaarden.” “Een heet hangijzer”, beaamt Davey. “De investeringen die je moet doen om 100% verzekerd te blijven, zijn enorm. Je praat over miljoenen voor een relatief klein vrieshuis. Verzekeraars vragen bovendien het onmogelijke: bijvoorbeeld om sprinklers op te hangen in een vrieshal. Niet verstandig.” “Dan zijn brandroldoeken en brandwerende sectionaaldeuren betere oplossingen!” reageert Bert. “Zo’n scherm plaats je aan de buitenkant van de koelcel, niet erin. Het gaat alleen naar beneden als het brandalarm afgaat; je hebt er verder geen last van.” Netcongestie “Over serieuze uitdagingen gesproken…”, vervolgt Gerard. “Laten we het hebben over de netcongestie in Nederland. Een probleem waar zeker ook de koel- en vriessector volop tegenaan loopt en ik nog niet snel opgelost zie worden. Hoe vaak zie je niet dat achter een prachtig duurzaam gebouwd pand dag en nacht een dieseltank staat te brullen?” “De kernvraag van het huidige probleem”, zo analyseert Erik, “is de vraag: ‘hoe zorgen we ervoor dat het net niet overbelast raakt én iedereen toch kan doen wat hij wil en moet doen?’ Wij doen mee aan een regioproject waarin deze vraag centraal staat. Door het slim uitwisselen van data van de deelnemers wordt geanalyseerd hoe en wanneer het net het meest wordt belast, en waar mogelijk de vraag aan te passen is. We werken hierin onder andere samen met een installatiebedrijf, een netbeheerder en diverse gebruikers. Dit zijn zaken die je niet alleen kan oplossen. Je móet echt met verschillende partijen om de tafel gaan zitten.” Davey: “In tijden van schaarste worden mensen buitengewoon innovatief. Vrieshuizen kunnen op het net een grote rol spelen; zij zijn vrij makkelijk in staat om een paar uur af te schakelen dankzij de enorme thermische buffer in de producten. Of we ook met koelhuizen het net kunnen balanceren, wordt nu onderzocht; dat ligt wat ingewikkelder. Vaststaat dat we serieus wat te bieden hebben; aan onze overheid, netbeheerders én de energieleveranciers.” Kritieke infrastructuur Een ander groot project waar Nekovri mee bezig is, is de sector door de overheid aangemerkt te krijgen als ‘kritieke infrastructuur’. Aan dat label worden echter flinke eisen gesteld, onder andere op het gebied van cybersecurity en duurzaamheid, wat erkenning lastig maakt. Vooral de rapportageverplichtingen brengen een enorme administratieve lastenverzwaring met zich mee, die met name voor de kleinere familiebedrijven bijna niet bol te werken is. Toch vindt de vereniging het belangrijk om de erkenning te krijgen. “Wij opereren onder de radar,” legt Davey uit. “De waarde van de goederen die onze leden opslaan voor hun klanten bedraagt jaarlijks meer dan 95 miljard euro. De totale opslagcapaciteit van de 150 aangesloten bedrijven in Nederland is bijna 15 miljoen m³. Stel dat wij morgen collectief gaan staken; dan heeft dat een gigantische impact. Dat doen we niet, maar we willen wél meer erkenning voor ons werk. Een ander aspect is, zoals Gerard terecht opmerkt, het netcongestieprobleem. Als we als kritieke infrastructuur zijn aangemerkt, hopen we voorrang te kunnen krijgen op de aansluiting op het stroomnet. En hulp bij het plaatsen van een batterij als back-up als het stroomnet gehackt wordt.” Dat brengt ons op het zoveelste relevante thema: arbeid, en de daaraan verbonden rol van data, digitalisering en cybersecurity. Voorkomen is beter dan genezen “Na energie is arbeid de tweede grote kostenpost in de branche”, vertelt Davey. “Het is moeilijk om personeel te vinden. Werken in extreme kou is pittig. Bovendien moeten we concurreren met grote DC’s waar het een aangename 20 graden is. Mede daardoor groeit de automatiserings- en robotiseringsgraad in de sector in rap tempo. Nieuwbouwvrieshuizen zijn vaak al volledig geautomatiseerd. Van logistieke bedrijven veranderen we meer en meer naar technologiebedrijven. In plaats van heftruckchauffeurs zijn we op zoek naar operators.” “Data en databeveiliging zijn allang geen wens meer, maar een randvoorwaarde voor de continuïteit van fysieke processen”, zegt Erik. “De integratie van AI, sensoren en data levert gelukkig steeds meer op. Denk aan het monitoren van systemen en het vroegtijdig alarmeren als er iets aan de hand is.” Alle vier benadrukken ze de essentiële rol die het verzamelen en duiden van data speelt bij goed onderhoud. “Dat gaat over méér dan een jaarlijks inspectierondje”, aldus Bert. “De NEN-normering stelt bijvoorbeeld dat er één keer per jaar onderhoud aan deuren moet plaatsvinden. Voor sommige is dat meer dan voldoende, voor andere veel te weinig. Wat je nodig hebt, is een onderhoudsschema dat uitgaat van het wérkelijke gebruik van je apparatuur; daarmee minimaliseer je écht stilstand. Met data over het gebruik, de uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden en eventuele reparaties kunnen we daar veel beter op sturen, en ook makkelijker op afstand de klant ondersteunen. Wat wij merken is dat bedrijven steeds meer de nadruk leggen op het verlagen van hun kosten; vooral de operationele. Wij spelen daarop in met innovaties als onze zipperdeur. Die herstelt zichzelf als hij eruit gereden is. Geen voorrijkosten, geen monteur, geen stilstand. In aanschaf zijn onze deuren niet de goedkoopste, maar de Total Cost of Ownership gedurende de levensduur is laag. Dat levert aan de eindstreep meer op.” Gerard: “Iedereen realiseert zich dat preventief onderhoud de kosten vermindert. Bovendien voorkom je daarmee dat een keuringsinstantie een melding maakt van zaken die gerepareerd of vervangen moeten worden. Dat ben je liever vóór toch? Wij gaan als Cold Care Services binnenkort preventief inspecties uitvoeren. Daar is duidelijk behoefte aan in de markt. Daarnaast hebben we nu one-stop-shopping: wij kunnen binnen de Cold Care Group alles aanbieden; gevels, daken, wanden, plafonds, vloeren, deuren, ramen, aanrijdbeveiliging en wandbekleding; het hele plaatje. Samenwerken? Ja graag! Maar alléén met de juiste partijen. Koel-vries in de food is absoluut een specialisme. Je kunt niet zonder ervaring in een foodproject stappen… Dat zien we helaas te vaak mis gaan. https://vakbladvoedingsindustrie.nl/nl/artikel/hete-hangijzers-in-de-koel-en-vriessector
10 april 2026
Door: Cynthia van der Waal Uit: Vakblad Voedingsindustrie Het is voor veel foodprofessionals een herkenbare uitdaging: kwaliteitsgaranties combineren met duurzaamheidsdoelstellingen. Hoe bespaar je energie zónder in te leveren op kwaliteit? Frukar, importeur van groenten en fruit, vond de oplossing met FOPRO® van RBK Group. Frukar is sinds 1990 actief in het importeren van groenten en fruit. Het bedrijf uit Barendrecht begon met de import van citrusvruchten, voornamelijk uit Spanje. Vandaag de dag kent de handel geen grenzen meer en haalt Frukar overal ter wereld het beste fruit, kruiden en groenten vandaan. Koenraad Luijendijk, Financieel Directeur, werkt sinds 2000 bij Frukar. Dat was ook het moment waarop Frukar naar Barendrecht verhuisde en RBK Group in beeld kwam als adviseur voor de koeltechnische installaties. Het werd het begin van een vruchtbare relatie. Nieuwe installatie Koenraad: “Bij Frukar hebben we verstand van groenten en fruit, bij RBK zitten de specialisten als het gaat om koudetechniek. De koelinstallatie was na ruim 20 jaar aan vervanging toe. Door de strengere F-gassenverordening en hoge energieprijzen was ‘pleisters plakken’ op oude installaties geen optie meer. We zochten naar een duurzame en toekomstbestendige oplossing voor de lange termijn, zónder in te leveren op de kwaliteit van onze versproducten.” Besparen zonder inleveren Koenraad refereert met zijn opmerking aan een veelvoorkomend dilemma, namelijk dat besparen vaak betekent dat er wordt ingeleverd op kwaliteit. RBK bewijst dat dit anders kan. Intelligente regeltechniek zorgt ervoor dat kwaliteit en duurzaamheid geen tegenpolen zijn, maar elkaar juist versterken. Theo Vliek, Sales Director bij RBK, legt uit: “In traditionele systemen is er doorgaans een directe koppeling tussen energieverbruik en stabiliteit. Veel installaties staan continu te pendelen, waarbij de compressoren te vaak starten en stoppen. Hierdoor ontstaan er grote drukverschillen, energieverliezen en is de kans op storingen groter. Elke start is immers een storingspotentie. Moderne regeltechniek doorbreekt deze lineaire koppeling door actief te sturen en optimaliseren. Dit resulteert niet alleen in lagere kosten voor energie, maar ook voor onderhoud.” Hoog rendement Frukar maakt onder andere gebruik van de FOPRO® balansregeling voor de besturing van de koude-installaties. Koudevraag en -aanbod worden met elkaar in balans gebracht waardoor de opbrengst van de compressoren beter wordt afgestemd op de fluctuerende vraag. Dit zorgt voor een meer constante temperatuur in de koelcel, minder energieverspilling en minder slijtage. Koenraad noemt een energiebesparing van circa 15%, maar dat is volgens hem niet de enige meerwaarde: “Het is hier een komen en gaan van producten. Hoewel de deuren van de koelcellen regelmatig open gaan, is er nauwelijks een wijziging in temperatuur merkbaar. Schommelingen in temperatuur hebben direct effect op de houdbaarheid van onze producten. Sinds de nieuwe koelinstallaties hebben we minder derving.” Of hier daadwerkelijk sprake is van een causaal verband, is lastig te zeggen, omdat de kwaliteit bij de bron variabel is. Denk aan weersomstandigheden in het land van herkomst of omstandigheden tijdens transport. Feit is wel dat een goede koelinstallatie en slimme aansturing het potentieel van de binnenkomende producten maximaliseert en significant kan bijdragen aan het reduceren van energiekosten. Natuurlijk koudemiddel Met de nieuwe installatie is Frukar ook klaar voor de toekomst met het oog op wet- en regelgeving. “Wetten sorteren steeds meer voor op het gebruik van natuurlijke koudemiddelen”, verklaart Theo. “Ammoniak is dan een uitstekende oplossing. Dit klassieke koudemiddel was vroeger alleen rendabel voor grote distributiecentra, maar wordt financieel steeds aantrekkelijker. Moderne installaties hebben minder koudemiddel nodig, chemische koudemiddelen worden steeds duurder en bedrijven kunnen in aanmerking komen voor de EIA als ze overstappen op een natuurlijk koudemiddel.” Integrale aanpak “In ons advies nemen we alles mee”, vervolgt Theo. “We hanteren een integrale aanpak en kijken naar de Total Cost of Ownership. Waar liggen bijvoorbeeld kansen op het gebied van restwarmte, peak-shaving en de conversie-efficiëntie van zonnepanelen? We brengen alles samen in een uitgebreid bestek. Koenraad vult aan: “Er is ook goed nagedacht over de veiligheid. De regelsecties liggen allemaal op het dak en de ruimtes zijn voorzien van ongestoord leidingwerk. Hierdoor kan geen emissie van ammoniak in de koelcellen plaatsvinden, wat veiliger is voor mens en product.” Krachtig drieluik In alle negen koelcellen en de geconditioneerde distributieruimte is de koeling vervangen en geoptimaliseerd. Theo spreekt van een krachtig drieluik gevormd door Frukar, RBK en de installateur, in dit geval Nijssen. “We brengen allemaal onze eigen expertise in, van blauwdruk tot dagelijkse operatie. We versterken elkaar; niet alleen door kennisoverdracht, maar ook doordat we met onze software de uitvoerende partij helpen met bijvoorbeeld een storingsanalyse. Vanuit ons scherm kunnen we doorgaans beter beoordelen wat er aan de hand is, dan de monteur naast een tokkelende machine. Als verbindende factor tussen klant en installateur creëren we een objectieve waarheid als basis voor een hoogrenderende procesomgeving.” www.frukar.nl www.rbk.nl Foto's: ©Dennis Wisse  Bron: Vakblad Voedingsindustrie 2026
2 april 2026
In deze update informeren wij u over recente ontwikkelingen rondom het conflict in het Midden-Oosten en de impact op onze sector. Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) heeft Nekovri gevraagd om inzichten te delen om een actueel beeld te krijgen van de sectorale impact en de nationale en internationale voedselvoorziening, zoals impact op import/export, transport & logistiek, energieverbruik en andere zaken. Onze leden hebben verschillende zaken aangekaart. Op de korte termijn komt er bijvoorbeeld onverpakt product vanuit Thailand naar Nederland dat onder normale omstandigheden verpakt vervoerd wordt (zoals kip). Het is nog de vraag welke gevolgen dit precies heeft (hoe komt het product aan, hoe gaan autoriteiten hiermee om, etc.). Daarnaast maken we ons zorgen over de langetermijngevolgen voor de kunstmest-sector op het gebied van onder andere oogst en opbrengsten. Ook hebben we dit rapport van Rabobank gedeeld over de impact van het conflict in het Midden-Oosten op globale voeding- en landbouwindustrie.