Koel- en vriessector buitengewoon interessant voor netbeheerders
10 april 2026

Op maandag 30 maart organiseerde Nekovri samen met netbeheerder Liander een goedbezochte kennissessie over netcongestie en de mogelijke rol van koel- en vrieshuizen binnen congestiemanagement. Op uitnodiging van Nekovri kwamen leden bijeen bij het Aviodrome in Lelystad voor een inhoudelijke en praktische sessie over het concept ‘Gepland Koelen’: een pilot waarmee koel- en vrieshuizen hun flexibiliteit kunnen inzetten om het elektriciteitsnet te ontlasten in ruil voor een financiële vergoeding.


Netcongestie raakt inmiddels direct aan de bedrijfsvoering van veel koel- en vrieshuizen. Juist daarom vindt Nekovri het belangrijk om hier vroegtijdig bij aan tafel te zitten. De druk op het elektriciteitsnet neemt in heel Nederland snel toe en netbeheerders kijken nadrukkelijk naar sectoren die flexibiliteit kunnen bieden in hun energieverbruik. Ook de koel- en vriessector komt daarbij steeds meer in beeld. Voor Nekovri is dat reden om actief betrokken te zijn: als je als sector niet aan tafel zit, sta je al snel op het menu. Oftewel: als de sector niet zelf meedenkt over oplossingen en randvoorwaarden, bestaat het risico dat er op termijn vooral vóór de sector wordt besloten in plaats van mét de sector.


De afgelopen periode heeft Nekovri meerdere gesprekken gevoerd met netbeheerder Liander over de uitdagingen rondom netcongestie en de vraag hoe onze sector hierin een constructieve rol kan spelen. Dit onderwerp is ook uitvoerig besproken binnen het Expertteam Energie en het Expertteam Techniek, soms ook in aanwezigheid van Liander. Daarbij zijn vanuit de sector nadrukkelijk aandachtspunten meegegeven over onder meer contractduur, minimale afschakelcapaciteit, productveiligheid, praktische uitvoerbaarheid en de behoefte aan duidelijke rekenvoorbeelden.


Tijdens de bijeenkomst in Lelystad presenteerde Liander de verdere uitwerking van deze propositie waarbij de netbeheerder duidelijk blijk gaf van de input vanuit de sector. De pilot ‘Gepland Koelen’ is opengesteld voor 15 bedrijven uit de koel- en vriessector.


Hoe werkt ‘Gepland Koelen’?

Binnen de pilot werkt Liander met een capaciteitssturingscontract (CSC). Daarbij blijft het gecontracteerde transportvermogen van het bedrijf in stand, maar worden aanvullende afspraken gemaakt over momenten waarop een deel van het vermogen tijdelijk kan worden teruggebracht. In ruil daarvoor ontvangt het bedrijf een vaste, gegarandeerde vergoeding (uniek!). De mate van vergoeding hangt af van drie factoren: het beschikbare flexibele vermogen, de duur van het afroepbare tijdsblok en de mate waarin het bedrijf op verschillende momenten beschikbaar kan zijn voor afroep.


Een belangrijk praktisch uitgangspunt is dat Liander een afroep één dag van tevoren doorgeeft. Hierdoor kunnen bedrijven tijdig rekening houden met hun planning en hun koelinstallaties desgewenst eerder extra laten koelen. De afroep verloopt via GOPACS; de ondernemer blijft daarbij zelf verantwoordelijk voor acceptatie en uitvoering van de afroep. Dat kan handmatig, maar in de praktijk zal dit vaak via een energiemanagementsysteem (EMS) of energiepartner worden aangestuurd.


Een belangrijk onderdeel van de sessie was de businesscase. Liander presenteerde meerdere rekenvoorbeelden waaruit blijkt dat flexibiliteit ook financieel aantrekkelijk kan zijn. Daarmee werd tijdens de bijeenkomst duidelijk dat ‘Gepland Koelen’ twee kanten raakt: enerzijds een maatschappelijke bijdrage aan het beter benutten van het elektriciteitsnet en het verkorten van wachtlijsten voor andere ondernemers, en anderzijds een potentiële extra opbrengst op bestaande transportrechten.


Tegelijkertijd werd ook tijdens deze sessie bevestigd dat deelname niet voor ieder bedrijf vanzelfsprekend zal zijn. De werkbaarheid hangt sterk af van de technische inrichting van het pand, de isolatie, de aard van de opgeslagen producten, het laad- en losproces en de vraag in hoeverre temperatuurschommelingen verantwoord zijn. Liander benoemde zelf ook dat bedrijven goed moeten kijken naar hun operationele processen en waar nodig moeten investeren in energiesturing. Daarbij werd gewezen op mogelijke ondersteuning via onder andere een EMS, en in sommige gevallen op subsidiemogelijkheden zoals Flex-E en de EIA.


De kennissessie in Lelystad liet zien dat het onderwerp leeft en dat er binnen de sector veel belangstelling is om hierover verder door te praten. Daarom koersen Nekovri en Liander inmiddels af op een tweede bijeenkomst, die naar verwachting halverwege mei zal plaatsvinden bij Liander in Arnhem. Deze vervolgsessie is bedoeld voor leden die er op 30 maart niet bij konden zijn, maar ook voor leden die het onderwerp verder willen verdiepen. Daarbij geldt dat ook leden buiten het verzorgingsgebied van Liander van harte welkom zijn.



Deel direct via:

Relevante berichten


28 mei 2026
Inspiratie uit Noorwegen: industriële restwarmte & innovatie in Oslo Nekovri organiseert van tijd tot tijd studiereizen rondom actuele thema's binnen de koel- en vriessector. Dit jaar stond de reis volledig in het teken van de inzet van industriële restwarmte: een thema dat volop kansen biedt voor onze branche. Naast inhoudelijke verdieping bood de reis ook volop ruimte om ervaringen uit te wisselen en elkaar beter te leren kennen. Bij koel- en vriesprocessen komt veel warmte vrij. Die restwarmte wordt nog niet altijd benut, terwijl er juist grote mogelijkheden liggen om deze energie duurzaam in te zetten. Met dat uitgangspunt vertrok op donderdag 21 mei een enthousiaste groep Nekovri-leden naar Oslo. Na aankomst maakten we tijdens de "Salmon Experience" kennis met de Noorse cultuur én keuken, met aansluitend een traditioneel Noors diner. De volgende dag trapten we af met een bezoek aan de vestiging van Lineage Logistics in Moss, vlak bij Oslo. Na een inhoudelijke presentatie van Jeffry Roossien (Business Manager Industrial Refrigeration bij CCR) kregen we een indrukwekkend praktijkvoorbeeld te zien van slimme restwarmtebenutting. De warmte die vrijkomt uit het vrieshuis wordt hier teruggewonnen en via een warmtenet geleverd aan een lokaal ziekenhuis. Een mooi voorbeeld van hoe duurzaamheid en innovatie samenkomen binnen onze sector. Aansluitend bezochten we Filetfabrikken, een zalmverwerkingsfabriek in Hagan. Hier werden we gastvrij ontvangen met een lunch en een presentatie over het vangen, verwerken en verpakken van Noorse zalm. Ook kregen we een rondleiding door de fabriek, waar aan de lopende band verse vis verwerkt wordt. Een unieke inkijk in de Noorse visindustrie. De dag werd afgesloten met een rondvaart over de Oslofjord, onder het genot van een vers garnalenbuffet. Op zaterdagochtend keerden we terug naar Nederland. We kijken terug op een zeer geslaagde studiereis vol kennisdeling, inspiratie en waardevolle gesprekken. Wij bedanken alle deelnemers hartelijk voor hun enthousiasme en bijdrage aan deze mooie studiereis!
28 mei 2026
Vanaf 1 juli 2026 veranderen verschillende regels binnen het wegtransport. Zowel voor vrachtwagens als voor bepaalde bestelauto’s gelden nieuwe verplichtingen. De wijzigingen komen voort uit nationale en Europese wetgeving en hebben gevolgen voor kosten, administratie en wagenparkbeheer. In dit artikel zetten we de belangrijkste veranderingen op een rij. Vrachtwagenheffing vanaf 1 juli 2026 Nederland voert per 1 juli 2026 een vrachtwagenheffing in voor vrachtwagens met een toegestane maximummassa van meer dan 3,5 ton. De heffing geldt op alle snelwegen, diverse N-wegen en een aantal lokale wegen rondom grote steden. Transportbedrijven betalen straks per gereden kilometer. De hoogte van het tarief hangt af van het type voertuig en de milieuprestaties. Zo betaalt een Euro 6-dieseltruck van meer dan 32 ton naar verwachting circa 19,5 eurocent per kilometer, terwijl een vergelijkbare elektrische vrachtwagen aanzienlijk lager wordt belast met ongeveer 3,6 eurocent per kilometer. De invoering van deze kilometerheffing heeft directe gevolgen voor de kostprijs van transport. De heffing komt bovenop bestaande kosten zoals brandstof, onderhoud en stijgende loonkosten. Tegelijkertijd verdwijnen het Eurovignet en wordt de motorrijtuigenbelasting voor zware voertuigen verlaagd tot het Europese minimum. Voor lichtere vrachtwagens tot 12 ton vervalt deze belasting zelfs volledig. Met de nieuwe tarieven wil de overheid verduurzaming van het wagenpark stimuleren. Een groot deel van de opbrengsten van de vrachtwagenheffing wordt daarom opnieuw geïnvesteerd in de sector, onder andere via subsidies voor elektrische vrachtwagens en duurzame innovaties. Verplicht gebruik van een werkende OBU Om de vrachtwagenheffing te registreren, moeten vervoerders gebruikmaken van een On-Board Unit (OBU). Dit systeem registreert automatisch de gereden kilometers op de wegen waar de heffing geldt. Belangrijk om te weten is dat de OBU in Nederland altijd ingeschakeld moet zijn, ook wanneer er wordt gereden op wegen waar geen vrachtwagenheffing geldt. Vanaf 1 juli 2026 moet iedere vrachtwagen in voertuigcategorie N2 en N3 die Nederland binnenrijdt beschikken over: een contract met een erkende dienstaanbieder; een werkende OBU die geschikt is voor Nederland; een juiste koppeling tussen OBU en kenteken; een ingeschakelde OBU tijdens het rijden. Bij storingen moet dit direct worden gemeld bij de dienstaanbieder en moet binnen drie uur een werkende OBU beschikbaar zijn. Handhaving en boetes Vanaf de invoering controleert de RDW actief op naleving van de regels. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van vaste apparatuur boven de weg en mobiele controles langs de weg. Bij overtredingen kunnen forse boetes worden opgelegd. In de eerste zes maanden gelden tijdelijk gehalveerde tarieven: Geen contract met een dienstaanbieder: €400 (daarna €800) Rijden met uitgeschakelde OBU: €250 (daarna €500) Rijden met een niet-werkende OBU: €250 (daarna €500) Gebruik van een verkeerde OBU: €250 (daarna €500) Voor internationaal transport is het extra belangrijk om te controleren of bestaande contracten met dienstaanbieders ook geldig zijn voor Nederland. Vrijstellingen of ontheffingen uit andere landen gelden namelijk niet automatisch in Nederland. Nieuwe tachograafplicht voor bestelauto’s Naast de vrachtwagenheffing verandert vanaf 1 juli 2026 ook de regelgeving voor bestelauto’s. Door nieuwe Europese regels uit het Mobility Package worden ook lichtere voertuigen tachograafplichtig. Voertuigen of voertuigcombinaties tussen de 2.500 kg en 3.500 kg die internationaal commercieel goederenvervoer uitvoeren, moeten vanaf die datum uitgerust zijn met een Smart Tachograaf type 2 (SMT2). Voor bedrijven die uitsluitend binnen Nederland rijden verandert er voorlopig niets. De nieuwe verplichting geldt alleen voor grensoverschrijdend vervoer. Wanneer geldt de tachograafplicht? De tachograafplicht geldt met name voor bedrijven die met bestelauto’s regelmatig naar bijvoorbeeld België of Duitsland rijden voor commercieel goederenvervoer. Voor veel bedrijven bestaan echter belangrijke vrijstellingen. Zo geldt vaak een uitzondering voor zogenoemd “eigen vervoer”. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer: het besturen van het voertuig niet de hoofdactiviteit van de chauffeur is; uitsluitend eigen goederen of materialen worden vervoerd; het vervoer plaatsvindt binnen een straal van 100 kilometer van de vestigingsplaats. Bereid u tijdig voor Met de invoering van de nieuwe regels is het verstandig om tijdig uw wagenpark en transportactiviteiten in kaart te brengen. Controleer welke voertuigen onder de nieuwe regelgeving vallen, of bestaande contracten en apparatuur geschikt zijn en of investeringen nodig zijn in bijvoorbeeld een OBU of Smart Tachograaf type 2. Door nu alvast voorbereidingen te treffen, voorkomt u onnodige problemen, vertragingen en boetes zodra de nieuwe regelgeving ingaat op 1 juli 2026. Meer weten? Vrachtwagenheffing.nl Ondernemersplein.nl Inspectie leefomgeving en transport Bronvermelding: Demis van Loenhout (Van Oers); vrachtwagenheffing.nl; Brancheorganisatie DIBEVO.
28 mei 2026
Angeline van Dijk nieuwe inspecteur-generaal van de NVWA per 1 juli 2026 Per 1 juli 2026 wordt Angeline van Dijk benoemd tot inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Zij volgt Gerard Bakker op, die met pensioen gaat. De ministerraad heeft ingestemd met het voorstel van minister Heerma van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.  De NVWA houdt namens de ministeries van LVVN en VWS toezicht op onder andere voedselveiligheid, dierenwelzijn, productveiligheid, dier- en plantgezondheid en natuur en milieu. Daarbij staat de organisatie voor grote uitdagingen, zoals klimaatverandering, technologische ontwikkelingen, AI en de snelle groei van internationale handel en online verkoop. Angeline van Dijk benadrukt dat zij de komende jaren wil inzetten op innovatief toezicht, met meer gebruik van data, analyses en technologie om risico’s sneller te signaleren en gerichter te handhaven. Daarnaast wil zij investeren in samenwerking met de sector. Van Dijk is sinds 2019 inspecteur-generaal bij de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur. Daarvoor vervulde zij diverse leidinggevende functies binnen onder meer Rijkswaterstaat, de Dienst Justitiële Inrichtingen en Zorg van de Zaak. Met haar brede ervaring in toezicht, uitvoering en organisatieontwikkeling krijgt de NVWA vanaf juli een nieuwe bestuurder die richting zal geven aan de verdere modernisering van het toezicht. Bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties