Hete hangijzers in de koel- en vriessector
10 april 2026

Er zijn veel veranderingen gaande in de koel- en vriesbranche. Welke trends zijn zichtbaar en wat zijn de meest brandende kwesties in deze sector waarin alles draait om koud-kouder-koudst? We praten erover met vier specialisten die de branche door en door kennen.


Een verhaal over koel- en vrieshuizen gaat over veel méér dan alleen koude, zo blijkt al snel als de vier experts om de tafel schuiven. Erik Hoogendoorn, manager techniek en innovatie bij Equans, bijt het spits af. Hij signaleert veel onzekerheid onder ondernemers: “Oorzaken zijn onder andere de geopolitieke onrust en oorlogen, handelstarieven die continu wijzigen en de steeds veranderende wet- en regelgeving zoals de Europese F-gassen-wetgeving en CSRD waarop ondernemers moeten anticiperen. De onzekerheid over de toekomst van de elektrische infrastructuur in Nederland schuurt met de duurzaamheidsambities van bedrijven. Ondernemers wachten af. Wij kunnen de veroorzakers van de onzekerheden niet wegnemen, maar wel mogelijkheden creëren om stappen vooruit te maken.”

Davey Gerlings, CEO/bestuurder van Nekovri, branchevereniging voor Nederlandse koel- en vrieshuizen, haakt daarop in. Hij ziet grote verschuivingen in de wereldwijde handelsstromen, die een flinke impact hebben op de sector. “Zo is onze export naar China deels opgedroogd doordat dat land in rap tempo zelfvoorzienend is geworden”, geeft hij als voorbeeld. “Gelukkig is onze sector wendbaar; bedrijven schakelen ogenblikkelijk over naar andere producten.” De volgende trend die hij noemt is de toegenomen ketenintegratie. “Transportbedrijven gaan ook opslag verzorgen, retailers openen een eigen koel- en vrieshuis. Tegelijkertijd is er een consolidatieslag gaande. We zijn met steeds meer mensen op de wereld, we willen meer gemak. Koel- en vrieshuizen spelen daarin een essentiële rol. Het overgrote deel van de Nederlandse voedsel en sierteelt gaat namelijk direct vanaf het land de koel-vries keten in. Ondanks de knelpunten zijn we een stabiele groeisector die interessant is voor investeerders. Grote partijen zijn bezig met overnames; vooral van het middenkader. Daarnaast blijft er een groep kleinere niche-spelers met specifieke kennis en expertise voor producten die specialistisch opgeslagen moeten worden. Denk aan de opslag van appels en peren, bollen, pootgoed en boter.”

“Door die overnames hebben we te maken met heel veel uitbreidingsprojecten”, zegt Gerard Scherff, commercieel directeur K.I.M. Nederland: “Zolang de gemeente het toelaat, gaat een ondernemer het liefst de hoogte in; je kunt de grond immers maar één keer benutten. Voor ons is dat geen probleem. We houden van zeer specialistische projecten in de voeding. Hoe groter hoe beter.” 


Besparen

“In de voedingsindustrie werd bij koelinstallaties van oudsher veel warmte naar buiten gegooid. Koudetechniek is namelijk niet meer dan warmte uit een ruimte halen en die ergens anders heenbrengen. Een koelmachine is dus feitelijk een warmtepomp,” zegt Erik. “Afgelopen decennia is het besef gegroeid dat je die restwarmte nuttiger kan inzetten; voor het verwarmen van je pand of reinigingswater bijvoorbeeld. Dat wordt nóg interessanter nu energie steeds duurder wordt en de druk vanuit de overheid toeneemt om van het gas af te stappen: als je een installatie vervangt door een nieuwe met een hogere efficiency, kan je aansluitvermogen omlaag. Door dit soort zaken gefaseerd aan te pakken, waarborg je de continuïteit van je bedrijf en maak je toch de noodzakelijke overschakeling van een oud naar een nieuw systeem. Deze oplossing vergt zowel van de klant als van ons als toeleverancier de nodige creativiteit en flexibiliteit in planning en logistiek. Maar we denken graag met de klant mee. Samen kijken we vooral naar wat er wél kan en welke mogelijkheden er zoal zijn.”

“Ook door beter te isoleren hou je geld over”, geeft Gerard aan. “Door te kiezen voor hogere isolatiewaardes van de panelen, loop je automatisch in op duurzaamheid vanwege het lagere stroomverbruik dat daarmee samenhangt. Ten opzichte van drie jaar geleden is de isolatiewaarde dankzij onze Quadcore panelen met wel 10% verbeterd. Deze hybride isolatiekerntechnologie is een duurzamere en hoogwaardigere opvolger van traditionele PUR- en PIR-isolatieplaten. Sommige vrieshuizen hebben al zo'n goede isolatiewaarde dat er overdag niet of aanzienlijk minder gekoeld hoeft te worden. De verdampers van de koelinstallaties worden alleen ‘s nachts aangezet. Slim.”

Davey lacht: “Deuren dichthouden, of ze in ieder geval zo snel mogelijk weer sluiten, levert je veel besparingen op. Klinkt logisch, maar de praktijk is weerbarstig. We maakten vanuit Nekovri zelfs een campagne ‘Deuren dicht’, om de gedragsverandering in bedrijven te stimuleren.”

“Het managen van temperatuurverschillen kan veel energie besparen”, mengt deurspecialist Bert Verrips, hoofd sales industrie Hörmann, zich in het gesprek. “Hoe sneller een deur weer dicht kan, hoe beter je dat managen in de hand hebt. Een serieuze uitdaging daarbij is ervoor te zorgen dat een deur ook bij grote temperatuurverschillen tussen twee ruimtes 200 keer per dag open en dicht blíjft gaan. Dat vraagt van ons om innovatieve oplossingen, zoals het plaatsen van de juiste verwarmingselementen, of een isolerende luchtlaag tussen delen van de deur. Het slimmer vormgeven van je dockstation kan eveneens veel opleveren. Er zijn allerlei oplossingen om de koudebruggen die daar ontstaan te voorkomen, zoals opblaasbare shelters. Nog beter is het ‘docking before opening’-systeem. Dat laat vrachtwagens eerst aandocken met gesloten achterdeuren. Pas na het afdichten wordt vanuit de hal de trailer geopend. Naast lagere energiekosten levert dit minder wachttijd en schades op, en een veiliger werkgebied aan de laadkuil.” 


Move to minus 15

Niet alleen het voorkomen van het weglekken van koude bespaart energie; de thermostaat wat minder koud zetten zou daaraan ook kunnen bijdragen. Kan dat echt? En wat zijn daarvan de gevolgen? Dat wordt onderzocht binnen het consortium FROSTEQ, waarin Nekovri, partijen uit de héle koelketen en Wageningen University & Research participeren. Is het mogelijk om de temperatuur in vrieshuizen te verhogen van de huidige standaard van -18 graden Celsius naar -15? Het antwoord neigt naar ‘ja, dat kan’. Veel brancheorganisaties, ook Europese, hebben zich al aangesloten bij de organisatie ‘Move to minus 15’. Begrijpelijk, want de potentie aan energiebesparing en vermindering van de CO2-uitstoot in de hele keten is enorm: een eerste voorzichtige indicatie is dat deze aanpassing een energiebesparing oplevert van 7%. “Hoewel dat een grote klapper kan zijn, hebben we ons er als Nekovri bewust nog niet bij aangesloten”, zegt Davey. “Zo’n aanpassing raakt namelijk de héle keten. De voedselveiligheid mag nooit in het gedrang raken, die staat altijd op één. Het is veel complexer dan op eerste gezicht lijkt, ook als het gaat om de aansprakelijkheid.”


Brandveiligheid

Voortbordurend op dat thema, vervolgt hij: “Als vrieshuis ben je een soort ‘goede huisvader’ voor de producten die je opslaat; die producten zijn immers niet van jezelf. Dat brengt een enorme verantwoordelijkheid met zich mee. Sterke leveringsvoorwaarden zijn daarom essentieel voor onze branche; daar maken we ons hard voor. Die voorwaarden waren zelfs de reden dat de Nekovri destijds is ontstaan. Eigenaren moeten hun producten bijvoorbeeld zélf verzekeren.”

“Dat ligt anders voor het pand waarin die producten worden opgeslagen”, vervolgt Gerard. “Een groot knelpunt waar de koel- en vrieshuizen momenteel tegenaan lopen, is de brandveiligheid ervan. Verzekeraars stellen heel strenge eisen, mede ingegeven door enkele grote branden die bij vrieshuizen en productiebedrijven hebben gewoed. Om aan de nieuwe eisen te voldoen, moeten we overschakelen naar andere producten. Steenwol is geschikt om aan de brandwerendheidseis te voldoen, maar ongeschikt voor vrieshuizen vanwege de slechtere isolatiewaarden.”

“Een heet hangijzer”, beaamt Davey. “De investeringen die je moet doen om 100% verzekerd te blijven, zijn enorm. Je praat over miljoenen voor een relatief klein vrieshuis. Verzekeraars vragen bovendien het onmogelijke: bijvoorbeeld om sprinklers op te hangen in een vrieshal. Niet verstandig.”

“Dan zijn brandroldoeken en brandwerende sectionaaldeuren betere oplossingen!” reageert Bert. “Zo’n scherm plaats je aan de buitenkant van de koelcel, niet erin. Het gaat alleen naar beneden als het brandalarm afgaat; je hebt er verder geen last van.” 


Netcongestie

“Over serieuze uitdagingen gesproken…”, vervolgt Gerard. “Laten we het hebben over de netcongestie in Nederland. Een probleem waar zeker ook de koel- en vriessector volop tegenaan loopt en ik nog niet snel opgelost zie worden. Hoe vaak zie je niet dat achter een prachtig duurzaam gebouwd pand dag en nacht een dieseltank staat te brullen?”

“De kernvraag van het huidige probleem”, zo analyseert Erik, “is de vraag: ‘hoe zorgen we ervoor dat het net niet overbelast raakt én iedereen toch kan doen wat hij wil en moet doen?’ Wij doen mee aan een regioproject waarin deze vraag centraal staat. Door het slim uitwisselen van data van de deelnemers wordt geanalyseerd hoe en wanneer het net het meest wordt belast, en waar mogelijk de vraag aan te passen is. We werken hierin onder andere samen met een installatiebedrijf, een netbeheerder en diverse gebruikers. Dit zijn zaken die je niet alleen kan oplossen. Je móet echt met verschillende partijen om de tafel gaan zitten.”

Davey: “In tijden van schaarste worden mensen buitengewoon innovatief. Vrieshuizen kunnen op het net een grote rol spelen; zij zijn vrij makkelijk in staat om een paar uur af te schakelen dankzij de enorme thermische buffer in de producten. Of we ook met koelhuizen het net kunnen balanceren, wordt nu onderzocht; dat ligt wat ingewikkelder. Vaststaat dat we serieus wat te bieden hebben; aan onze overheid, netbeheerders én de energieleveranciers.” 


Kritieke infrastructuur

Een ander groot project waar Nekovri mee bezig is, is de sector door de overheid aangemerkt te krijgen als ‘kritieke infrastructuur’. Aan dat label worden echter flinke eisen gesteld, onder andere op het gebied van cybersecurity en duurzaamheid, wat erkenning lastig maakt. Vooral de rapportageverplichtingen brengen een enorme administratieve lastenverzwaring met zich mee, die met name voor de kleinere familiebedrijven bijna niet bol te werken is. Toch vindt de vereniging het belangrijk om de erkenning te krijgen. “Wij opereren onder de radar,” legt Davey uit. “De waarde van de goederen die onze leden opslaan voor hun klanten bedraagt jaarlijks meer dan 95 miljard euro. De totale opslagcapaciteit van de 150 aangesloten bedrijven in Nederland is bijna 15 miljoen m³. Stel dat wij morgen collectief gaan staken; dan heeft dat een gigantische impact. Dat doen we niet, maar we willen wél meer erkenning voor ons werk. Een ander aspect is, zoals Gerard terecht opmerkt, het netcongestieprobleem. Als we als kritieke infrastructuur zijn aangemerkt, hopen we voorrang te kunnen krijgen op de aansluiting op het stroomnet. En hulp bij het plaatsen van een batterij als back-up als het stroomnet gehackt wordt.” Dat brengt ons op het zoveelste relevante thema: arbeid, en de daaraan verbonden rol van data, digitalisering en cybersecurity.


Voorkomen is beter dan genezen

“Na energie is arbeid de tweede grote kostenpost in de branche”, vertelt Davey. “Het is moeilijk om personeel te vinden. Werken in extreme kou is pittig. Bovendien moeten we concurreren met grote DC’s waar het een aangename 20 graden is. Mede daardoor groeit de automatiserings- en robotiseringsgraad in de sector in rap tempo. Nieuwbouwvrieshuizen zijn vaak al volledig geautomatiseerd. Van logistieke bedrijven veranderen we meer en meer naar technologiebedrijven. In plaats van heftruckchauffeurs zijn we op zoek naar operators.”

“Data en databeveiliging zijn allang geen wens meer, maar een randvoorwaarde voor de continuïteit van fysieke processen”, zegt Erik. “De integratie van AI, sensoren en data levert gelukkig steeds meer op. Denk aan het monitoren van systemen en het vroegtijdig alarmeren als er iets aan de hand is.” 


Alle vier benadrukken ze de essentiële rol die het verzamelen en duiden van data speelt bij goed onderhoud. “Dat gaat over méér dan een jaarlijks inspectierondje”, aldus Bert. “De NEN-normering stelt bijvoorbeeld dat er één keer per jaar onderhoud aan deuren moet plaatsvinden. Voor sommige is dat meer dan voldoende, voor andere veel te weinig. Wat je nodig hebt, is een onderhoudsschema dat uitgaat van het wérkelijke gebruik van je apparatuur; daarmee minimaliseer je écht stilstand. Met data over het gebruik, de uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden en eventuele reparaties kunnen we daar veel beter op sturen, en ook makkelijker op afstand de klant ondersteunen. Wat wij merken is dat bedrijven steeds meer de nadruk leggen op het verlagen van hun kosten; vooral de operationele. Wij spelen daarop in met innovaties als onze zipperdeur. Die herstelt zichzelf als hij eruit gereden is. Geen voorrijkosten, geen monteur, geen stilstand. In aanschaf zijn onze deuren niet de goedkoopste, maar de Total Cost of Ownership gedurende de levensduur is laag. Dat levert aan de eindstreep meer op.” 


Gerard: “Iedereen realiseert zich dat preventief onderhoud de kosten vermindert. Bovendien voorkom je daarmee dat een keuringsinstantie een melding maakt van zaken die gerepareerd of vervangen moeten worden. Dat ben je liever vóór toch? Wij gaan als Cold Care Services binnenkort preventief inspecties uitvoeren. Daar is duidelijk behoefte aan in de markt. Daarnaast hebben we nu one-stop-shopping: wij kunnen binnen de Cold Care Group alles aanbieden; gevels, daken, wanden, plafonds, vloeren, deuren, ramen, aanrijdbeveiliging en wandbekleding; het hele plaatje. Samenwerken? Ja graag! Maar alléén met de juiste partijen. Koel-vries in de food is absoluut een specialisme. Je kunt niet zonder ervaring in een foodproject stappen… Dat zien we helaas te vaak mis gaan. 



Door: Judith Witte

Uit: Vakblad Voedingsindustrie


https://vakbladvoedingsindustrie.nl/nl/artikel/hete-hangijzers-in-de-koel-en-vriessector


Deel direct via:

Relevante berichten


27 augustus 2026
v.l.n.r. op de foto: Julia Sakovska en Stephan Seijkens (Newtone), Marlieke Pu tmans en Lonney Geris (C-Next Level) Newtone en HR-adviesbureau C-Next Level hebben overeenstemming bereikt over de aansluiting van C-Next Level bij Newtone. Hiermee versterkt Newtone haar dienstverlening binnen People Services en zet zij een volgende stap in haar ambitie om organisaties integraal te ondersteunen bij vraagstukken rondom mens, organisatie en groei. C-Next Level is gespecialiseerd in strategisch HR, leiderschap en recruitment en ondersteunt directies, ondernemers en managementteams bij de ontwikkeling van hun organisatie en medewerkers. De expertise van C-Next Level vormt een waardevolle aanvulling op de bestaande dienstverlening van Newtone op het gebied van HR-advies, salarisadvies, AFAS en HR-digitalisering. C-Next Level blijft als merk actief binnen Newtone People Services. Daarmee kiest Newtone bewust voor behoud van de sterke marktpositie en herkenbaarheid die C-Next Level heeft opgebouwd binnen strategische HR advies en organisatieontwikkeling. "Met de toevoeging van C-Next Level zetten we een belangrijke stap in de verdere ontwikkeling van onze People Services-praktijk," zegt Stephan Seijkens, CEO Newtone. “We kiezen er bewust voor om C-Next Level als merk te behouden, omdat het een sterke positie heeft opgebouwd in de wereld van strategische HR advies en daarmee een waardevolle aanvulling vormt op de bredere dienstverlening van Newtone. Organisaties staan voor grote uitdagingen op het gebied van arbeidsmarkt, leiderschap, talentontwikkeling en organisatieontwikkeling. Door deze expertise toe te voegen aan Newtone kunnen wij klanten nog beter ondersteunen, van strategie tot implementatie. Daarmee versterken we onze ambitie om ondernemers en organisaties integraal te ondersteunen in hun groei en ontwikkeling." Ook voor C-Next Level biedt de aansluiting nieuwe mogelijkheden. "Wij geloven sterk in de kracht van deze combinatie," zeggen Marlieke Putmans en Lonney Geris van C-Next Level. "De visie, ondernemende mentaliteit en multidisciplinaire aanpak van Newtone sluiten naadloos aan bij wie wij zijn en waar wij voor staan. Door onderdeel te worden van Newtone behouden wij onze eigen kracht en identiteit, terwijl we onze klanten toegang bieden tot een breder netwerk van specialisten en aanvullende dienstverlening. Daarmee kunnen we organisaties nog completer ondersteunen bij vraagstukken op het gebied van mensen, leiderschap, groei en ondernemerschap." Met deze stap speelt Newtone in op de groeiende vraag vanuit de markt naar geïntegreerde HR-oplossingen, waarin advies, uitvoering en digitalisering steeds meer samenkomen. Over Newtone Newtone is een multidisciplinaire dienstverlener op het gebied van accountancy, belastingadvies, financiële dienstverlening, HR, juridische dienstverlening en business advisory. Vanuit diverse vestigingen ondersteunt Newtone ondernemers en organisaties bij duurzame groei en ontwikkeling. Over C-Next Level C-Next Level is een HR-adviesbureau gespecialiseerd in strategisch HR, leiderschap en recruitment. Het bureau ondersteunt organisaties bij het ontwikkelen van toekomstbestendige organisaties, sterke leiders en betrokken medewerkers. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: Pim van den Boomen Directeur Marketing en Communicatie pim.vanden.boomen@newtone.nl T: 0881948924 BRON: Newtone via https://persportaal.anp.nl/artikel/96c06b3a-ec98-4ced-ad19-2d0950c06472/newtone-versterkt-people-services-met-komst-van-c-next-level
27 augustus 2026
Nekovri heeft namens de sector ee n reactie ingediend op de internetconsultatie over het voorgenomen uit- en inleenverbod in de vleesketen. Deze reactie is tot stand gekomen in nauw overleg met onze leden. Afgelopen maandag vond er nog een tweede online bijpraatsessie plaats om de reactie af te stemmen. Nekovri onderschrijft dat arbeidsmisstanden hard moeten worden aangepakt, maar is principieel tegen een generiek verbod dat ook ondernemingen en deelsectoren raakt waarvoor geen structurele problematiek is aangetoond. In onze reactie zetten we onder meer vraagtekens bij het gebruik van NVWA-erkenningen voor de afbakening van het verbod. Ook wijzen we op het bijzondere karakter van de Nederlandse koel- en vriessector, de mogelijke gevolgen voor de voedselketen en concurrentiepositie en het belang van voldoende flexibiliteit. Nekovri pleit voor een afbakening op basis van de feitelijke kernactiviteit van ondernemingen en brengt daarnaast minder verstrekkende alternatieven naar voren. Wij roepen leden nadrukkelijk op om, waar relevant, ook individueel te reageren. Juist de concrete gevolgen voor uw eigen onderneming kunnen daarbij waardevol zijn – hier wordt ook expliciet om gevraagd in de internetconsultatie. Denk bijvoorbeeld aan uw NVWA-erkenningen, de feitelijke werkzaamheden binnen uw bedrijf, de noodzaak van flexibele arbeid, gevolgen voor kosten en concurrentiepositie of andere bedrijfsspecifieke consequenties. Uw reactie hoeft niet uitgebreid te zijn: u kunt verwijzen naar de reactie van Nekovri en deze gebruiken als fundament voor uw eigen inbreng. De internetconsultatie staat open tot en met vrijdag 28 augustus. De volledige reactie van Nekovri is hieronder te downloaden.  Reageer uiterlijk 28 augustus op de internetconsultatie Download: Reactie Nekovri op internetconsultatie uit- en inleenverbod vleesketen. Hoe gaat het verder? Na het sluiten van de internetconsultatie op 28 augustus worden de ingediende reacties in het najaar door de regering beoordeeld en verwerkt in de verdere uitwerking van het voorgenomen uit- en inleenverbod. Nekovri blijft dit proces nauwgezet volgen en blijft zich inzetten voor een passende afbakening voor de koel- en vriessector. Zodra er nieuwe relevante informatie beschikbaar is, organiseren wij opnieuw een online bijpraatsessie voor onze leden. Uiteraard houden wij u ook tussentijds via onze reguliere kanalen op de hoogte.
20 augustus 2026
Twee specialisten, één naadloos systeem: in een strategisch partnerschap combineren Jungheinrich en Movu Robotics de vierwegshuttles van Movu met de expertise van Jungheinrich op het gebied van advies, integratie, software en service. Klanten krijgen hierdoor palletmagazijnen met een hoge opslagdichtheid en een naadloze materiaalstroom uit één bron. Jungheinrich en Movu Robotics zijn een strategisch partnerschap overeengekomen. In de toekomst wordt Jungheinrich de preferred integrator voor de shuttlesystemen van Movu, terwijl Movu de preferred supplier voor Jungheinrich wordt. Het doel is om samen zeer geautomatiseerde palletmagazijnoplossingen voor klanten nog sneller en efficiënter te realiseren. Stijgende ruimtekosten, complexe brownfield-situaties en de behoefte aan een grotere opslagdichtheid zorgen voor een groeiende vraag naar geautomatiseerde palletmagazijnen. Vierwegshuttlesystemen zoals de Movu atlas slaan pallets op meerdere dieptes op en halen deze weer uit, waardoor ze tot de meest gewilde technologieën voor magazijnen met een hoge opslagdichtheid behoren. Van shuttletechnologie naar een geïntegreerde totaaloplossing Het partnerschap maakt het mogelijk om shuttlemagazijnen sneller te plannen, eenvoudiger te integreren en efficiënter te exploiteren. Daarvoor integreren de twee bedrijven de vierwegshuttles rechtstreeks in het WMS- en software-ecosysteem van Jungheinrich, dat de voorraad centraal beheert en de opslag en uitslag optimaliseert. Gestandaardiseerde software-interfaces verkorten de inbedrijfstelling en de aansluiting op bestaande systemen, terwijl gezamenlijk oplossingsontwerp de offertefase verdiept en versnelt. Op elkaar afgestemde serviceprocessen zorgen bovendien voor een betrouwbare werking gedurende de gehele levenscyclus. “Klanten verwachten tegenwoordig niet langer afzonderlijke automatiseringscomponenten, maar naadloze automatiseringsoplossingen. Samen combineren we shuttletechnologie, software, integratie en service tot één totaaloplossing die naadloos aansluit op bestaande magazijnstructuren”, aldus Dr. Tobias Harzer, Chief Automation Officer bij Jungheinrich. “Vooral in sectoren zoals food & beverage, koelketenlogistiek en 3PL zien we een sterk groeiende vraag naar shuttlemagazijnen met een hoge opslagdichtheid.” Verbonden processen van goederenontvangst tot expeditie Klanten profiteren van een naadloze geautomatiseerde materiaalstroom, van goederenontvangst via het shuttlemagazijn tot aan de expeditie. Shuttlesystemen, transporttechnologie en mobiele robots worden aangestuurd via een geïntegreerde softwarestack van Jungheinrich. Dit zorgt voor volledig inzicht, minder complexiteit en een schaalbare basis voor toekomstige groei. De shuttlesystemen van Movu worden inmiddels door meer dan 200 magazijnen vertrouwd en worden gebruikt in talrijke klantprojecten van Jungheinrich in Europa en Noord-Amerika. Bij Coppenrath & Wiese wordt bijvoorbeeld momenteel een geautomatiseerd magazijn voor verpakkingsmaterialen gebouwd, waarmee voorheen gedecentraliseerde opslagcapaciteiten worden samengebracht in één centrale faciliteit. Bij Mascot online in Almere, Nederland, wordt momenteel een geautomatiseerd palletmagazijn met circa 11.500 palletlocaties gebouwd. Tien Movu-vierwegshuttles zorgen daar voor een hoge opslagdichtheid en een snelle beschikbaarheid van materialen. Het magazijn ondersteunt de groei van een snelgroeiend retailbedrijf en vormt de basis voor een verdere uitbreiding van de logistieke processen. “Vierwegshuttlesystemen combineren steeds vaker opslag met een hoge dichtheid met andere functionaliteiten, zoals het aanvullen van orderpickprocessen en het just-in-time sequencen van goederen voor verzending, allemaal binnen dezelfde footprint”, aldus Noë van Bergen, CSO van Movu Robotics. “Met dit strategische partnerschap combineren we de innovatieve shuttletechnologie van Movu en de mogelijkheden voor de productie van magazijnstellingen als onderdeel van stow Group met de expertise van Jungheinrich op het gebied van integratie, software en service. Samen maken we geautomatiseerde magazijnoplossingen met een hoge opslagdichtheid eenvoudiger te implementeren, flexibeler te ontwerpen en beter schaalbaar voor toekomstige groei. Eindgebruikers profiteren van het uitgebreide oplossingsportfolio van Jungheinrich, van handmatige tot volledig geautomatiseerde oplossingen die meegroeien met hun behoeften.” De twee bedrijven zullen het ontwerp van oplossingen, interfaces en serviceprocessen nog nauwer op elkaar afstemmen. Hiermee versterkt Jungheinrich zijn positie als wereldwijde systeemintegrator die magazijnautomatisering, software en service combineert tot één totaaloplossing die meegroeit met de behoeften van zijn klanten. Contact Dr. Benedikt Nufer Head of Communications & Public Affairs Tel.: +49 40 6948 3489 Mobiel: +49 151 2779 1245 E-mail: benedikt.nufer@jungheinrich.de Tom Verschuere Global Marketing & Communications Lead Mobiel: +32 474 840 599 E-mail: tom.verschuere@movu-robotics.com Over Jungheinrich Als wereldwijd toonaangevende aanbieder op het gebied van intern transport werkt Jungheinrich al meer dan 70 jaar aan de ontwikkeling van innovatieve en duurzame producten en oplossingen voor materiaalstromen. Het beursgenoteerde familiebedrijf wil een wereldwijde partner zijn die meerwaarde creëert met oplossingen voor materiaalstromen en daarmee het magazijn van de toekomst vormgeeft. In 2025 realiseerden Jungheinrich en zijn meer dan 21.000 medewerkers een omzet van € 5,5 miljard. Het wereldwijde netwerk van Jungheinrich omvat twaalf productielocaties en eigen directe verkoop- en serviceorganisaties in meer dan 40 landen. Het aandeel is genoteerd aan de MDAX. Over Movu Robotics Movu Robotics heeft zijn hoofdkantoor in België en combineert automatiseringstechnologieën van de volgende generatie met de industriële kracht en wereldwijde productievoetafdruk van stow Group, een van 's werelds toonaangevende aanbieders van magazijnstellingen met meer dan 45 jaar ervaring. Samen heeft de groep wereldwijd meer dan 2.000 medewerkers en realiseerde zij in 2025 een omzet van meer dan € 900 miljoen. Met circa 450 medewerkers en een omzet van € 193 miljoen in 2025 heeft Movu zich ontwikkeld tot een wereldwijde leider op het gebied van vierweg-palletshuttleautomatisering, met meer dan 200 systemen die in Europa en Noord-Amerika zijn geïnstalleerd. Bron: Shuttletechnologie en integratie: Jungheinrich en Movu