Hete hangijzers in de koel- en vriessector
10 april 2026

Er zijn veel veranderingen gaande in de koel- en vriesbranche. Welke trends zijn zichtbaar en wat zijn de meest brandende kwesties in deze sector waarin alles draait om koud-kouder-koudst? We praten erover met vier specialisten die de branche door en door kennen.


Een verhaal over koel- en vrieshuizen gaat over veel méér dan alleen koude, zo blijkt al snel als de vier experts om de tafel schuiven. Erik Hoogendoorn, manager techniek en innovatie bij Equans, bijt het spits af. Hij signaleert veel onzekerheid onder ondernemers: “Oorzaken zijn onder andere de geopolitieke onrust en oorlogen, handelstarieven die continu wijzigen en de steeds veranderende wet- en regelgeving zoals de Europese F-gassen-wetgeving en CSRD waarop ondernemers moeten anticiperen. De onzekerheid over de toekomst van de elektrische infrastructuur in Nederland schuurt met de duurzaamheidsambities van bedrijven. Ondernemers wachten af. Wij kunnen de veroorzakers van de onzekerheden niet wegnemen, maar wel mogelijkheden creëren om stappen vooruit te maken.”

Davey Gerlings, CEO/bestuurder van Nekovri, branchevereniging voor Nederlandse koel- en vrieshuizen, haakt daarop in. Hij ziet grote verschuivingen in de wereldwijde handelsstromen, die een flinke impact hebben op de sector. “Zo is onze export naar China deels opgedroogd doordat dat land in rap tempo zelfvoorzienend is geworden”, geeft hij als voorbeeld. “Gelukkig is onze sector wendbaar; bedrijven schakelen ogenblikkelijk over naar andere producten.” De volgende trend die hij noemt is de toegenomen ketenintegratie. “Transportbedrijven gaan ook opslag verzorgen, retailers openen een eigen koel- en vrieshuis. Tegelijkertijd is er een consolidatieslag gaande. We zijn met steeds meer mensen op de wereld, we willen meer gemak. Koel- en vrieshuizen spelen daarin een essentiële rol. Het overgrote deel van de Nederlandse voedsel en sierteelt gaat namelijk direct vanaf het land de koel-vries keten in. Ondanks de knelpunten zijn we een stabiele groeisector die interessant is voor investeerders. Grote partijen zijn bezig met overnames; vooral van het middenkader. Daarnaast blijft er een groep kleinere niche-spelers met specifieke kennis en expertise voor producten die specialistisch opgeslagen moeten worden. Denk aan de opslag van appels en peren, bollen, pootgoed en boter.”

“Door die overnames hebben we te maken met heel veel uitbreidingsprojecten”, zegt Gerard Scherff, commercieel directeur K.I.M. Nederland: “Zolang de gemeente het toelaat, gaat een ondernemer het liefst de hoogte in; je kunt de grond immers maar één keer benutten. Voor ons is dat geen probleem. We houden van zeer specialistische projecten in de voeding. Hoe groter hoe beter.” 


Besparen

“In de voedingsindustrie werd bij koelinstallaties van oudsher veel warmte naar buiten gegooid. Koudetechniek is namelijk niet meer dan warmte uit een ruimte halen en die ergens anders heenbrengen. Een koelmachine is dus feitelijk een warmtepomp,” zegt Erik. “Afgelopen decennia is het besef gegroeid dat je die restwarmte nuttiger kan inzetten; voor het verwarmen van je pand of reinigingswater bijvoorbeeld. Dat wordt nóg interessanter nu energie steeds duurder wordt en de druk vanuit de overheid toeneemt om van het gas af te stappen: als je een installatie vervangt door een nieuwe met een hogere efficiency, kan je aansluitvermogen omlaag. Door dit soort zaken gefaseerd aan te pakken, waarborg je de continuïteit van je bedrijf en maak je toch de noodzakelijke overschakeling van een oud naar een nieuw systeem. Deze oplossing vergt zowel van de klant als van ons als toeleverancier de nodige creativiteit en flexibiliteit in planning en logistiek. Maar we denken graag met de klant mee. Samen kijken we vooral naar wat er wél kan en welke mogelijkheden er zoal zijn.”

“Ook door beter te isoleren hou je geld over”, geeft Gerard aan. “Door te kiezen voor hogere isolatiewaardes van de panelen, loop je automatisch in op duurzaamheid vanwege het lagere stroomverbruik dat daarmee samenhangt. Ten opzichte van drie jaar geleden is de isolatiewaarde dankzij onze Quadcore panelen met wel 10% verbeterd. Deze hybride isolatiekerntechnologie is een duurzamere en hoogwaardigere opvolger van traditionele PUR- en PIR-isolatieplaten. Sommige vrieshuizen hebben al zo'n goede isolatiewaarde dat er overdag niet of aanzienlijk minder gekoeld hoeft te worden. De verdampers van de koelinstallaties worden alleen ‘s nachts aangezet. Slim.”

Davey lacht: “Deuren dichthouden, of ze in ieder geval zo snel mogelijk weer sluiten, levert je veel besparingen op. Klinkt logisch, maar de praktijk is weerbarstig. We maakten vanuit Nekovri zelfs een campagne ‘Deuren dicht’, om de gedragsverandering in bedrijven te stimuleren.”

“Het managen van temperatuurverschillen kan veel energie besparen”, mengt deurspecialist Bert Verrips, hoofd sales industrie Hörmann, zich in het gesprek. “Hoe sneller een deur weer dicht kan, hoe beter je dat managen in de hand hebt. Een serieuze uitdaging daarbij is ervoor te zorgen dat een deur ook bij grote temperatuurverschillen tussen twee ruimtes 200 keer per dag open en dicht blíjft gaan. Dat vraagt van ons om innovatieve oplossingen, zoals het plaatsen van de juiste verwarmingselementen, of een isolerende luchtlaag tussen delen van de deur. Het slimmer vormgeven van je dockstation kan eveneens veel opleveren. Er zijn allerlei oplossingen om de koudebruggen die daar ontstaan te voorkomen, zoals opblaasbare shelters. Nog beter is het ‘docking before opening’-systeem. Dat laat vrachtwagens eerst aandocken met gesloten achterdeuren. Pas na het afdichten wordt vanuit de hal de trailer geopend. Naast lagere energiekosten levert dit minder wachttijd en schades op, en een veiliger werkgebied aan de laadkuil.” 


Move to minus 15

Niet alleen het voorkomen van het weglekken van koude bespaart energie; de thermostaat wat minder koud zetten zou daaraan ook kunnen bijdragen. Kan dat echt? En wat zijn daarvan de gevolgen? Dat wordt onderzocht binnen het consortium FROSTEQ, waarin Nekovri, partijen uit de héle koelketen en Wageningen University & Research participeren. Is het mogelijk om de temperatuur in vrieshuizen te verhogen van de huidige standaard van -18 graden Celsius naar -15? Het antwoord neigt naar ‘ja, dat kan’. Veel brancheorganisaties, ook Europese, hebben zich al aangesloten bij de organisatie ‘Move to minus 15’. Begrijpelijk, want de potentie aan energiebesparing en vermindering van de CO2-uitstoot in de hele keten is enorm: een eerste voorzichtige indicatie is dat deze aanpassing een energiebesparing oplevert van 7%. “Hoewel dat een grote klapper kan zijn, hebben we ons er als Nekovri bewust nog niet bij aangesloten”, zegt Davey. “Zo’n aanpassing raakt namelijk de héle keten. De voedselveiligheid mag nooit in het gedrang raken, die staat altijd op één. Het is veel complexer dan op eerste gezicht lijkt, ook als het gaat om de aansprakelijkheid.”


Brandveiligheid

Voortbordurend op dat thema, vervolgt hij: “Als vrieshuis ben je een soort ‘goede huisvader’ voor de producten die je opslaat; die producten zijn immers niet van jezelf. Dat brengt een enorme verantwoordelijkheid met zich mee. Sterke leveringsvoorwaarden zijn daarom essentieel voor onze branche; daar maken we ons hard voor. Die voorwaarden waren zelfs de reden dat de Nekovri destijds is ontstaan. Eigenaren moeten hun producten bijvoorbeeld zélf verzekeren.”

“Dat ligt anders voor het pand waarin die producten worden opgeslagen”, vervolgt Gerard. “Een groot knelpunt waar de koel- en vrieshuizen momenteel tegenaan lopen, is de brandveiligheid ervan. Verzekeraars stellen heel strenge eisen, mede ingegeven door enkele grote branden die bij vrieshuizen en productiebedrijven hebben gewoed. Om aan de nieuwe eisen te voldoen, moeten we overschakelen naar andere producten. Steenwol is geschikt om aan de brandwerendheidseis te voldoen, maar ongeschikt voor vrieshuizen vanwege de slechtere isolatiewaarden.”

“Een heet hangijzer”, beaamt Davey. “De investeringen die je moet doen om 100% verzekerd te blijven, zijn enorm. Je praat over miljoenen voor een relatief klein vrieshuis. Verzekeraars vragen bovendien het onmogelijke: bijvoorbeeld om sprinklers op te hangen in een vrieshal. Niet verstandig.”

“Dan zijn brandroldoeken en brandwerende sectionaaldeuren betere oplossingen!” reageert Bert. “Zo’n scherm plaats je aan de buitenkant van de koelcel, niet erin. Het gaat alleen naar beneden als het brandalarm afgaat; je hebt er verder geen last van.” 


Netcongestie

“Over serieuze uitdagingen gesproken…”, vervolgt Gerard. “Laten we het hebben over de netcongestie in Nederland. Een probleem waar zeker ook de koel- en vriessector volop tegenaan loopt en ik nog niet snel opgelost zie worden. Hoe vaak zie je niet dat achter een prachtig duurzaam gebouwd pand dag en nacht een dieseltank staat te brullen?”

“De kernvraag van het huidige probleem”, zo analyseert Erik, “is de vraag: ‘hoe zorgen we ervoor dat het net niet overbelast raakt én iedereen toch kan doen wat hij wil en moet doen?’ Wij doen mee aan een regioproject waarin deze vraag centraal staat. Door het slim uitwisselen van data van de deelnemers wordt geanalyseerd hoe en wanneer het net het meest wordt belast, en waar mogelijk de vraag aan te passen is. We werken hierin onder andere samen met een installatiebedrijf, een netbeheerder en diverse gebruikers. Dit zijn zaken die je niet alleen kan oplossen. Je móet echt met verschillende partijen om de tafel gaan zitten.”

Davey: “In tijden van schaarste worden mensen buitengewoon innovatief. Vrieshuizen kunnen op het net een grote rol spelen; zij zijn vrij makkelijk in staat om een paar uur af te schakelen dankzij de enorme thermische buffer in de producten. Of we ook met koelhuizen het net kunnen balanceren, wordt nu onderzocht; dat ligt wat ingewikkelder. Vaststaat dat we serieus wat te bieden hebben; aan onze overheid, netbeheerders én de energieleveranciers.” 


Kritieke infrastructuur

Een ander groot project waar Nekovri mee bezig is, is de sector door de overheid aangemerkt te krijgen als ‘kritieke infrastructuur’. Aan dat label worden echter flinke eisen gesteld, onder andere op het gebied van cybersecurity en duurzaamheid, wat erkenning lastig maakt. Vooral de rapportageverplichtingen brengen een enorme administratieve lastenverzwaring met zich mee, die met name voor de kleinere familiebedrijven bijna niet bol te werken is. Toch vindt de vereniging het belangrijk om de erkenning te krijgen. “Wij opereren onder de radar,” legt Davey uit. “De waarde van de goederen die onze leden opslaan voor hun klanten bedraagt jaarlijks meer dan 95 miljard euro. De totale opslagcapaciteit van de 150 aangesloten bedrijven in Nederland is bijna 15 miljoen m³. Stel dat wij morgen collectief gaan staken; dan heeft dat een gigantische impact. Dat doen we niet, maar we willen wél meer erkenning voor ons werk. Een ander aspect is, zoals Gerard terecht opmerkt, het netcongestieprobleem. Als we als kritieke infrastructuur zijn aangemerkt, hopen we voorrang te kunnen krijgen op de aansluiting op het stroomnet. En hulp bij het plaatsen van een batterij als back-up als het stroomnet gehackt wordt.” Dat brengt ons op het zoveelste relevante thema: arbeid, en de daaraan verbonden rol van data, digitalisering en cybersecurity.


Voorkomen is beter dan genezen

“Na energie is arbeid de tweede grote kostenpost in de branche”, vertelt Davey. “Het is moeilijk om personeel te vinden. Werken in extreme kou is pittig. Bovendien moeten we concurreren met grote DC’s waar het een aangename 20 graden is. Mede daardoor groeit de automatiserings- en robotiseringsgraad in de sector in rap tempo. Nieuwbouwvrieshuizen zijn vaak al volledig geautomatiseerd. Van logistieke bedrijven veranderen we meer en meer naar technologiebedrijven. In plaats van heftruckchauffeurs zijn we op zoek naar operators.”

“Data en databeveiliging zijn allang geen wens meer, maar een randvoorwaarde voor de continuïteit van fysieke processen”, zegt Erik. “De integratie van AI, sensoren en data levert gelukkig steeds meer op. Denk aan het monitoren van systemen en het vroegtijdig alarmeren als er iets aan de hand is.” 


Alle vier benadrukken ze de essentiële rol die het verzamelen en duiden van data speelt bij goed onderhoud. “Dat gaat over méér dan een jaarlijks inspectierondje”, aldus Bert. “De NEN-normering stelt bijvoorbeeld dat er één keer per jaar onderhoud aan deuren moet plaatsvinden. Voor sommige is dat meer dan voldoende, voor andere veel te weinig. Wat je nodig hebt, is een onderhoudsschema dat uitgaat van het wérkelijke gebruik van je apparatuur; daarmee minimaliseer je écht stilstand. Met data over het gebruik, de uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden en eventuele reparaties kunnen we daar veel beter op sturen, en ook makkelijker op afstand de klant ondersteunen. Wat wij merken is dat bedrijven steeds meer de nadruk leggen op het verlagen van hun kosten; vooral de operationele. Wij spelen daarop in met innovaties als onze zipperdeur. Die herstelt zichzelf als hij eruit gereden is. Geen voorrijkosten, geen monteur, geen stilstand. In aanschaf zijn onze deuren niet de goedkoopste, maar de Total Cost of Ownership gedurende de levensduur is laag. Dat levert aan de eindstreep meer op.” 


Gerard: “Iedereen realiseert zich dat preventief onderhoud de kosten vermindert. Bovendien voorkom je daarmee dat een keuringsinstantie een melding maakt van zaken die gerepareerd of vervangen moeten worden. Dat ben je liever vóór toch? Wij gaan als Cold Care Services binnenkort preventief inspecties uitvoeren. Daar is duidelijk behoefte aan in de markt. Daarnaast hebben we nu one-stop-shopping: wij kunnen binnen de Cold Care Group alles aanbieden; gevels, daken, wanden, plafonds, vloeren, deuren, ramen, aanrijdbeveiliging en wandbekleding; het hele plaatje. Samenwerken? Ja graag! Maar alléén met de juiste partijen. Koel-vries in de food is absoluut een specialisme. Je kunt niet zonder ervaring in een foodproject stappen… Dat zien we helaas te vaak mis gaan. 



Door: Judith Witte

Uit: Vakblad Voedingsindustrie


https://vakbladvoedingsindustrie.nl/nl/artikel/hete-hangijzers-in-de-koel-en-vriessector


Deel direct via:

Relevante berichten


28 mei 2026
Inspiratie uit Noorwegen: industriële restwarmte & innovatie in Oslo Nekovri organiseert van tijd tot tijd studiereizen rondom actuele thema's binnen de koel- en vriessector. Dit jaar stond de reis volledig in het teken van de inzet van industriële restwarmte: een thema dat volop kansen biedt voor onze branche. Naast inhoudelijke verdieping bood de reis ook volop ruimte om ervaringen uit te wisselen en elkaar beter te leren kennen. Bij koel- en vriesprocessen komt veel warmte vrij. Die restwarmte wordt nog niet altijd benut, terwijl er juist grote mogelijkheden liggen om deze energie duurzaam in te zetten. Met dat uitgangspunt vertrok op donderdag 21 mei een enthousiaste groep Nekovri-leden naar Oslo. Na aankomst maakten we tijdens de "Salmon Experience" kennis met de Noorse cultuur én keuken, met aansluitend een traditioneel Noors diner. De volgende dag trapten we af met een bezoek aan de vestiging van Lineage Logistics in Moss, vlak bij Oslo. Na een inhoudelijke presentatie van Jeffry Roossien (Business Manager Industrial Refrigeration bij CCR) kregen we een indrukwekkend praktijkvoorbeeld te zien van slimme restwarmtebenutting. De warmte die vrijkomt uit het vrieshuis wordt hier teruggewonnen en via een warmtenet geleverd aan een lokaal ziekenhuis. Een mooi voorbeeld van hoe duurzaamheid en innovatie samenkomen binnen onze sector. Aansluitend bezochten we Filetfabrikken, een zalmverwerkingsfabriek in Hagan. Hier werden we gastvrij ontvangen met een lunch en een presentatie over het vangen, verwerken en verpakken van Noorse zalm. Ook kregen we een rondleiding door de fabriek, waar aan de lopende band verse vis verwerkt wordt. Een unieke inkijk in de Noorse visindustrie. De dag werd afgesloten met een rondvaart over de Oslofjord, onder het genot van een vers garnalenbuffet. Op zaterdagochtend keerden we terug naar Nederland. We kijken terug op een zeer geslaagde studiereis vol kennisdeling, inspiratie en waardevolle gesprekken. Wij bedanken alle deelnemers hartelijk voor hun enthousiasme en bijdrage aan deze mooie studiereis!
28 mei 2026
Vanaf 1 juli 2026 veranderen verschillende regels binnen het wegtransport. Zowel voor vrachtwagens als voor bepaalde bestelauto’s gelden nieuwe verplichtingen. De wijzigingen komen voort uit nationale en Europese wetgeving en hebben gevolgen voor kosten, administratie en wagenparkbeheer. In dit artikel zetten we de belangrijkste veranderingen op een rij. Vrachtwagenheffing vanaf 1 juli 2026 Nederland voert per 1 juli 2026 een vrachtwagenheffing in voor vrachtwagens met een toegestane maximummassa van meer dan 3,5 ton. De heffing geldt op alle snelwegen, diverse N-wegen en een aantal lokale wegen rondom grote steden. Transportbedrijven betalen straks per gereden kilometer. De hoogte van het tarief hangt af van het type voertuig en de milieuprestaties. Zo betaalt een Euro 6-dieseltruck van meer dan 32 ton naar verwachting circa 19,5 eurocent per kilometer, terwijl een vergelijkbare elektrische vrachtwagen aanzienlijk lager wordt belast met ongeveer 3,6 eurocent per kilometer. De invoering van deze kilometerheffing heeft directe gevolgen voor de kostprijs van transport. De heffing komt bovenop bestaande kosten zoals brandstof, onderhoud en stijgende loonkosten. Tegelijkertijd verdwijnen het Eurovignet en wordt de motorrijtuigenbelasting voor zware voertuigen verlaagd tot het Europese minimum. Voor lichtere vrachtwagens tot 12 ton vervalt deze belasting zelfs volledig. Met de nieuwe tarieven wil de overheid verduurzaming van het wagenpark stimuleren. Een groot deel van de opbrengsten van de vrachtwagenheffing wordt daarom opnieuw geïnvesteerd in de sector, onder andere via subsidies voor elektrische vrachtwagens en duurzame innovaties. Verplicht gebruik van een werkende OBU Om de vrachtwagenheffing te registreren, moeten vervoerders gebruikmaken van een On-Board Unit (OBU). Dit systeem registreert automatisch de gereden kilometers op de wegen waar de heffing geldt. Belangrijk om te weten is dat de OBU in Nederland altijd ingeschakeld moet zijn, ook wanneer er wordt gereden op wegen waar geen vrachtwagenheffing geldt. Vanaf 1 juli 2026 moet iedere vrachtwagen in voertuigcategorie N2 en N3 die Nederland binnenrijdt beschikken over: een contract met een erkende dienstaanbieder; een werkende OBU die geschikt is voor Nederland; een juiste koppeling tussen OBU en kenteken; een ingeschakelde OBU tijdens het rijden. Bij storingen moet dit direct worden gemeld bij de dienstaanbieder en moet binnen drie uur een werkende OBU beschikbaar zijn. Handhaving en boetes Vanaf de invoering controleert de RDW actief op naleving van de regels. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van vaste apparatuur boven de weg en mobiele controles langs de weg. Bij overtredingen kunnen forse boetes worden opgelegd. In de eerste zes maanden gelden tijdelijk gehalveerde tarieven: Geen contract met een dienstaanbieder: €400 (daarna €800) Rijden met uitgeschakelde OBU: €250 (daarna €500) Rijden met een niet-werkende OBU: €250 (daarna €500) Gebruik van een verkeerde OBU: €250 (daarna €500) Voor internationaal transport is het extra belangrijk om te controleren of bestaande contracten met dienstaanbieders ook geldig zijn voor Nederland. Vrijstellingen of ontheffingen uit andere landen gelden namelijk niet automatisch in Nederland. Nieuwe tachograafplicht voor bestelauto’s Naast de vrachtwagenheffing verandert vanaf 1 juli 2026 ook de regelgeving voor bestelauto’s. Door nieuwe Europese regels uit het Mobility Package worden ook lichtere voertuigen tachograafplichtig. Voertuigen of voertuigcombinaties tussen de 2.500 kg en 3.500 kg die internationaal commercieel goederenvervoer uitvoeren, moeten vanaf die datum uitgerust zijn met een Smart Tachograaf type 2 (SMT2). Voor bedrijven die uitsluitend binnen Nederland rijden verandert er voorlopig niets. De nieuwe verplichting geldt alleen voor grensoverschrijdend vervoer. Wanneer geldt de tachograafplicht? De tachograafplicht geldt met name voor bedrijven die met bestelauto’s regelmatig naar bijvoorbeeld België of Duitsland rijden voor commercieel goederenvervoer. Voor veel bedrijven bestaan echter belangrijke vrijstellingen. Zo geldt vaak een uitzondering voor zogenoemd “eigen vervoer”. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer: het besturen van het voertuig niet de hoofdactiviteit van de chauffeur is; uitsluitend eigen goederen of materialen worden vervoerd; het vervoer plaatsvindt binnen een straal van 100 kilometer van de vestigingsplaats. Bereid u tijdig voor Met de invoering van de nieuwe regels is het verstandig om tijdig uw wagenpark en transportactiviteiten in kaart te brengen. Controleer welke voertuigen onder de nieuwe regelgeving vallen, of bestaande contracten en apparatuur geschikt zijn en of investeringen nodig zijn in bijvoorbeeld een OBU of Smart Tachograaf type 2. Door nu alvast voorbereidingen te treffen, voorkomt u onnodige problemen, vertragingen en boetes zodra de nieuwe regelgeving ingaat op 1 juli 2026. Meer weten? Vrachtwagenheffing.nl Ondernemersplein.nl Inspectie leefomgeving en transport Bronvermelding: Demis van Loenhout (Van Oers); vrachtwagenheffing.nl; Brancheorganisatie DIBEVO.
28 mei 2026
Angeline van Dijk nieuwe inspecteur-generaal van de NVWA per 1 juli 2026 Per 1 juli 2026 wordt Angeline van Dijk benoemd tot inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Zij volgt Gerard Bakker op, die met pensioen gaat. De ministerraad heeft ingestemd met het voorstel van minister Heerma van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.  De NVWA houdt namens de ministeries van LVVN en VWS toezicht op onder andere voedselveiligheid, dierenwelzijn, productveiligheid, dier- en plantgezondheid en natuur en milieu. Daarbij staat de organisatie voor grote uitdagingen, zoals klimaatverandering, technologische ontwikkelingen, AI en de snelle groei van internationale handel en online verkoop. Angeline van Dijk benadrukt dat zij de komende jaren wil inzetten op innovatief toezicht, met meer gebruik van data, analyses en technologie om risico’s sneller te signaleren en gerichter te handhaven. Daarnaast wil zij investeren in samenwerking met de sector. Van Dijk is sinds 2019 inspecteur-generaal bij de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur. Daarvoor vervulde zij diverse leidinggevende functies binnen onder meer Rijkswaterstaat, de Dienst Justitiële Inrichtingen en Zorg van de Zaak. Met haar brede ervaring in toezicht, uitvoering en organisatieontwikkeling krijgt de NVWA vanaf juli een nieuwe bestuurder die richting zal geven aan de verdere modernisering van het toezicht. Bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties