Nog geen aanwijzing koel- en vrieshuizen onder WWKE
17 september 2026

Koel- en vrieshuizen worden op dit moment nog niet aangewezen als kritieke entiteit onder de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (WWKE). 

Nekovri vraagt al lange tijd aandacht voor de koudeketen als kritieke infrastructuur. In september 2025 lanceerde Nekovri hiervoor de campagne #PolitiekMaakOnsKritiek. Sindsdien voert Nekovri structureel gesprekken met de politiek en het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) over voedselzekerheid, crisisvoorbereiding en de rol van opslag- en de koudeketen binnen de voedselketen. De inzet van de gesprekken in het kader van de WWKE is dat niet alleen wordt gekeken naar productie. Zonder koudeketen is het onmogelijk grote hoeveelheden voedsel veilig te bewaren en op het juiste moment beschikbaar te stellen. 


Bij een eerste beoordeling van onze sector heeft LVVN gekeken naar de grootste koel- en vrieshuizen op basis van opslagcapaciteit, locaties en keurcapaciteit. Nekovri heeft hiervoor begrip, zo ontzie je de kleinere bedrijven van voldoen aan verregaande wet- en regelgeving. Maar Nekovri heeft ook aangegeven dat alleen het aantal palletplaatsen een ingewikkeld criterium is. Koel- en vrieshuizen zijn vaak gespecialiseerd in bepaalde productgroepen, temperatuurregimes en processen. Ook installaties, geautomatiseerde opslagsystemen en aanvullende activiteiten zijn veelal ingericht op specifieke producten en klanten. Zeker in volautomatische magazijnen (die vaak veel opslagcapaciteit hebben) luisteren palletafmetingen, verpakkingen, gewichten en marges zeer nauw. Opslagcapaciteit voor het ene product kan daarom niet zonder meer worden gebruikt voor een ander product. Om de werkelijke betekenis van een locatie te bepalen, moet ook worden gekeken naar de opgeslagen productstromen, de functie binnen de keten, de gevolgen van uitval en de beschikbare alternatieven.


Nekovri heeft daarom ook gewezen op de benadering in Duitsland, waar nadrukkelijker wordt gekeken naar het aantal mensen dat vanuit een locatie of voorziening kan worden bediend. Zo’n benadering sluit beter aan bij de kern van de WWKE: welke maatschappelijke gevolgen ontstaan wanneer een essentiële dienst uitvalt?


LVVN heeft uiteindelijk geconcludeerd dat nader onderzoek nodig is om tot een zorgvuldige beoordelingsmethode voor de koel- en vriessector te komen. Daarom gaat het ministerie dit najaar samen met Nekovri vervolgonderzoek doen naar de vraag of- en op welke wijze bedrijven binnen onze sector als kritieke entiteit kunnen worden aangewezen. LVVN is initiatiefnemer en onderzoekt ook meerdere andere branches binnen de voedselketen. Dat er nu nog geen aanwijzing plaatsvindt, betekent dus niet dat de koel- en vriessector buiten beeld is. Het biedt ruimte om eerst een methode te ontwikkelen die beter aansluit bij de praktijk. 


Wanneer een bedrijf later alsnog wordt aangewezen, krijgt het negen maanden om een eigen risicobeoordeling uit te voeren. De zorgplicht en incidentmeldplicht worden vanaf tien maanden na de aanwijzing van toepassing. 

Deel direct via:

Relevante berichten


29 oktober 2026
Wie vanaf 2028 in de spitsuren stroom van het net haalt, gaat meer betalen, en wie dat ‘s nachts of midden op de dag doet, betaalt minder. Dat heeft de Autoriteit Consument & Markt (ACM) besloten. Bedrijven krijgen ermee te maken in 2028, huishoudens een jaar later. Volgens de netbeheerders daalt de piekvraag van huishoudens daardoor met ongeveer 10%, waardoor er zo’n 700.000 extra woningen op hetzelfde net passen zonder nieuwe kabels. Volgens René Pruijssers, ceo van energieaggregator Covolt, laat dat zien wat aggregators dagelijks in meetgegevens zien: het net zit maar een paar uur per dag vol. De rest van de tijd blijft er ruimte onbenut. Toch ligt de verantwoordelijkheid om de spits te mijden nu bij de gebruiker, terwijl netbeheerders in hun eigen plannen blijven rekenen met een piek die er altijd is. De ACM verwacht dat netbeheerders de komende vijftien jaar zo’n 235 miljard euro in het stroomnet steken. Dat betalen we terug via de nettarieven, die volgend jaar al met ongeveer 20% stijgen. Ondertussen wachten bijna 15.500 bedrijven en instellingen op een nieuwe of zwaardere aansluiting en kunnen ze niet uitbreiden of verduurzamen. Dat flexibiliteit weinig meetelt, bleek bij de toets van het investeringsplan van netbeheerder Stedin. De ACM stelde vast dat batterijen en flexibel gebruik nauwelijks zijn meegewogen bij het bepalen van knelpunten en investeringen. Stedin ging ervan uit dat batterijen de drukte op het net niet beïnvloeden. Volgens Pruijssers werkt flexibiliteit in de praktijk wel. Logistiek vastgoedbedrijf Prologis opende in Almere een distributiecentrum van 23.000 vierkante meter op een plek waar de netbeheerder tot zeker 2035 maar 55 kilowatt kan leveren. Met zonnepanelen, batterijen en slimme sturing komt het bedrijf daar op ruim 400 kilowatt. Recreatiepark Landgoed De Zandleij draait met 125 vakantiewoningen op een aansluiting van 41 kilowatt, doordat het ‘s nachts batterijen laadt en die stroom overdag gebruikt. Pruijssers erkent dat niet elke ondernemer enthousiast is. Stedin meldt in het investeringsplan dat klanten weinig animo tonen voor flexcontracten, en een ondernemer wil zijn productie niet laten afhangen van een netbeheerder die belt om minder te verbruiken. Een onderzoek in opdracht van het kabinet adviseerde daarom om flexibiliteit minder uit het bedrijfsproces zelf te halen en meer uit batterijen, warmtekrachtkoppelingen en elektrische boilers. In Vlaanderen is de afweging al verplicht: netbeheerders moeten in hun investeringsplannen bepalen of ze extra investeren of flexibiliteit inkopen. Pruijssers wil dezelfde verplichting in het Nederlandse wetgevingspakket voor snellere netuitbreiding. Netbeheerders zouden bij elke grote uitbreiding moeten aantonen of batterijen, slimme sturing of flexcontracten de piek kunnen opvangen, kosten, doorlooptijd en opbrengst moeten vergelijken met een nieuwe kabel of een nieuw station, en de ACM zou die afweging moeten toetsen. Volgens hem is daar geen nieuwe bureaucratie voor nodig, omdat de investeringsplannen al bestaan en de ACM ze elke twee jaar toetst. Blijkt bouwen daarna nodig, dan wordt er gebouwd. Bron: Het Financieele Dagblad, opiniebijdrage van René Pruijssers (ceo Covolt), “Netbeheerders moeten de stroomspits aanpakken vóór ze gaan bouwen”  https://fd.nl/opinie/1616478/netbeheerders-moeten-de-stroomspits-aanpakken-voor-ze-gaan-bouwen?utm_medium=social&utm_source=app&utm_campaign=earned&utm_content=20261029&utm_term=app- android
29 oktober 2026
Foto: Foto: Zairon / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0.
29 oktober 2026
De NVWA heeft op 21 oktober een aangepast planningskader gepubliceerd voor werkzaamheden op aanvraag. Voor Nekovri-leden zijn twee onderdelen van belang: de dienstverlening op Bevrijdingsdag en de termijnen voor het aanvragen van keuringen. Vanaf 2027 voert de NVWA op Bevrijdingsdag geen reguliere aangevraagde werkzaamheden meer uit. Dat geldt ook voor reguliere exportcertificeringen. Voor import was de NVWA op 5 mei de afgelopen jaren al meestal niet beschikbaar. Nekovri raadt leden aan hier op tijd rekening mee te houden bij de planning van transporten, keuringen en exportaanvragen. In 2027 is 5 mei een woensdag, direct voor Hemelvaartsdag op donderdag 6 mei. Werkzaamheden op vrijdag 7 mei kunt u daarom ook het beste vroeg met de NVWA afstemmen. De aanvraagtermijnen verschillen per soort werkzaamheden. Voor importkeuringen van veterinaire producten en levensmiddelen moet de aanvraag volgens het planningskader uiterlijk om 14.00 uur op de voorafgaande werkdag binnen zijn. Voor exporten en andere werkzaamheden vanaf importkeurpunten is dat uiterlijk 08.00 uur op de voorafgaande dag. Controleer dus welke termijn voor uw werkzaamheden geldt. Loopt u bij het werken met het aangepaste planningskader tegen praktische problemen aan? Meld ze bij Nekovri, dan bespreken wij ze met de NVWA. Bron: NVWA (21 oktober 2026) https://www.nvwa.nl/documenten/organisatie/hoe-de-nvwa-werkt/publicaties/planningskader-nvwa-werkzaamheden-op -aanvraag