Diepvries Urk draagt bij aan verbetering visindustrie
23 april 2026

In 1928 begonnen de gebroeders Van Veen op het toenmalige eiland Urk met de productie van ijs om de visserij te helpen om de vangst langer vers te houden. Een kleine eeuw later is het familiebedrijf toe aan de vierde generatie, maar in essentie is de dienstverlenging van Diepvries Urk in bijna honderd jaar nagenoeg hetzelfde gebleven. “Staven ijs maken is inmiddels vriezen, glaceren en verpakken geworden. Maar net als vroeger werken we nog steeds vanuit het principe om de visindustrie te helpen om hun werk beter te kunnen doen”, vertelt Hendrik van Veen, CEO van Diepvries Urk.


De dagelijkse leiding bij Diepvries Urk is in handen van vader Riekelt van Veen en zijn zoon Hendrik. Beiden hebben 42,5 procent van de aandelen in hun bezit. Hendriks broers Cees en Pieter bezitten ieder vijf procent, net als productiemanager Jan Marten ten Napel, die al jarenlang bij het bedrijf werkzaam is. “Het overdrachtsproces is vier jaar geleden opgestart vanuit het oogpunt dat, zodra ik directeur zou worden, iedereen betrokken zou blijven bij het bedrijf. Met behoud van ieders kwaliteiten, vanuit een duidelijk missie en visie. Ieder kwartaal is er familieoverleg en bespreken we de dagelijkse gang van zaken, de financiën, de uitbreiding van het bedrijf en de commerciële kansen. Dat gebeurt in goede harmonie. Ook ons moeder wordt daar nadrukkelijk bij betrokken”, legt Hendrik uit.


Vernieuwbouw

Diepvries Urk is de voorbije jaren flink gegroeid. “Vis is nog steeds de hoofdmoot van onze dienstverlening, wat gezien onze locatie in het hart van de Nederlandse visindustrie ook niet zo raar is. Maar inmiddels verwerken we ook vlees, kip en snacks. We willen kort op de bal spelen en bekijken dus continu naar waar voor ons de kansen liggen. Zeker na de uitbreiding kunnen we een volgende stap maken”, verzekert Hendrik.


Over twee jaar wacht Diepvries Urk het 100-jarig jubileum. De viering van die mijlpaal zal plaatsvinden in een nagenoeg nieuwe fabriek inclusief extra vrieshuis. Het familiebedrijf heeft bewust gekozen voor vernieuwbouw op de huidige locatie, aan de rand van het vissersdorp. “We hebben overwogen om nieuwbouw te realiseren op het nieuwe industrieterrein aan de buitenkant van Urk, maar tegenwoordig krijg je geen zekerheid over aansluiting op het stroomnet. Bovendien rijzen de bouwkosten de pan uit. Dat was de reden op het naastgelegen stuk grond bij ons bedrijf te betrekken en te gaan vernieuwbouwen. Door de verbouwing verviervoudigen we niet alleen onze vriescapaciteit. Ook de kantoren zullen helemaal worden vernieuwd. Net als de kleedkamers.”


Lees HIER de volledige reportage bij Diepvries Urk in de laatste (digitale) uitgave van vaktijdschrift Fish&Co.

Deel direct via:

Relevante berichten


29 oktober 2026
Wie vanaf 2028 in de spitsuren stroom van het net haalt, gaat meer betalen, en wie dat ‘s nachts of midden op de dag doet, betaalt minder. Dat heeft de Autoriteit Consument & Markt (ACM) besloten. Bedrijven krijgen ermee te maken in 2028, huishoudens een jaar later. Volgens de netbeheerders daalt de piekvraag van huishoudens daardoor met ongeveer 10%, waardoor er zo’n 700.000 extra woningen op hetzelfde net passen zonder nieuwe kabels. Volgens René Pruijssers, ceo van energieaggregator Covolt, laat dat zien wat aggregators dagelijks in meetgegevens zien: het net zit maar een paar uur per dag vol. De rest van de tijd blijft er ruimte onbenut. Toch ligt de verantwoordelijkheid om de spits te mijden nu bij de gebruiker, terwijl netbeheerders in hun eigen plannen blijven rekenen met een piek die er altijd is. De ACM verwacht dat netbeheerders de komende vijftien jaar zo’n 235 miljard euro in het stroomnet steken. Dat betalen we terug via de nettarieven, die volgend jaar al met ongeveer 20% stijgen. Ondertussen wachten bijna 15.500 bedrijven en instellingen op een nieuwe of zwaardere aansluiting en kunnen ze niet uitbreiden of verduurzamen. Dat flexibiliteit weinig meetelt, bleek bij de toets van het investeringsplan van netbeheerder Stedin. De ACM stelde vast dat batterijen en flexibel gebruik nauwelijks zijn meegewogen bij het bepalen van knelpunten en investeringen. Stedin ging ervan uit dat batterijen de drukte op het net niet beïnvloeden. Volgens Pruijssers werkt flexibiliteit in de praktijk wel. Logistiek vastgoedbedrijf Prologis opende in Almere een distributiecentrum van 23.000 vierkante meter op een plek waar de netbeheerder tot zeker 2035 maar 55 kilowatt kan leveren. Met zonnepanelen, batterijen en slimme sturing komt het bedrijf daar op ruim 400 kilowatt. Recreatiepark Landgoed De Zandleij draait met 125 vakantiewoningen op een aansluiting van 41 kilowatt, doordat het ‘s nachts batterijen laadt en die stroom overdag gebruikt. Pruijssers erkent dat niet elke ondernemer enthousiast is. Stedin meldt in het investeringsplan dat klanten weinig animo tonen voor flexcontracten, en een ondernemer wil zijn productie niet laten afhangen van een netbeheerder die belt om minder te verbruiken. Een onderzoek in opdracht van het kabinet adviseerde daarom om flexibiliteit minder uit het bedrijfsproces zelf te halen en meer uit batterijen, warmtekrachtkoppelingen en elektrische boilers. In Vlaanderen is de afweging al verplicht: netbeheerders moeten in hun investeringsplannen bepalen of ze extra investeren of flexibiliteit inkopen. Pruijssers wil dezelfde verplichting in het Nederlandse wetgevingspakket voor snellere netuitbreiding. Netbeheerders zouden bij elke grote uitbreiding moeten aantonen of batterijen, slimme sturing of flexcontracten de piek kunnen opvangen, kosten, doorlooptijd en opbrengst moeten vergelijken met een nieuwe kabel of een nieuw station, en de ACM zou die afweging moeten toetsen. Volgens hem is daar geen nieuwe bureaucratie voor nodig, omdat de investeringsplannen al bestaan en de ACM ze elke twee jaar toetst. Blijkt bouwen daarna nodig, dan wordt er gebouwd. Bron: Het Financieele Dagblad, opiniebijdrage van René Pruijssers (ceo Covolt), “Netbeheerders moeten de stroomspits aanpakken vóór ze gaan bouwen”  https://fd.nl/opinie/1616478/netbeheerders-moeten-de-stroomspits-aanpakken-voor-ze-gaan-bouwen?utm_medium=social&utm_source=app&utm_campaign=earned&utm_content=20261029&utm_term=app- android
29 oktober 2026
Foto: Foto: Zairon / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0.
29 oktober 2026
De NVWA heeft op 21 oktober een aangepast planningskader gepubliceerd voor werkzaamheden op aanvraag. Voor Nekovri-leden zijn twee onderdelen van belang: de dienstverlening op Bevrijdingsdag en de termijnen voor het aanvragen van keuringen. Vanaf 2027 voert de NVWA op Bevrijdingsdag geen reguliere aangevraagde werkzaamheden meer uit. Dat geldt ook voor reguliere exportcertificeringen. Voor import was de NVWA op 5 mei de afgelopen jaren al meestal niet beschikbaar. Nekovri raadt leden aan hier op tijd rekening mee te houden bij de planning van transporten, keuringen en exportaanvragen. In 2027 is 5 mei een woensdag, direct voor Hemelvaartsdag op donderdag 6 mei. Werkzaamheden op vrijdag 7 mei kunt u daarom ook het beste vroeg met de NVWA afstemmen. De aanvraagtermijnen verschillen per soort werkzaamheden. Voor importkeuringen van veterinaire producten en levensmiddelen moet de aanvraag volgens het planningskader uiterlijk om 14.00 uur op de voorafgaande werkdag binnen zijn. Voor exporten en andere werkzaamheden vanaf importkeurpunten is dat uiterlijk 08.00 uur op de voorafgaande dag. Controleer dus welke termijn voor uw werkzaamheden geldt. Loopt u bij het werken met het aangepaste planningskader tegen praktische problemen aan? Meld ze bij Nekovri, dan bespreken wij ze met de NVWA. Bron: NVWA (21 oktober 2026) https://www.nvwa.nl/documenten/organisatie/hoe-de-nvwa-werkt/publicaties/planningskader-nvwa-werkzaamheden-op -aanvraag