
Dossier ammoniak en atex: doorbraak in zicht
Door: Davey Gerlings
Binnen de koel- en vriessector speelt al enige tijd een discussie rondom ammoniakkoelinstallaties en de toepassing van ATEX-wetgeving. In verschillende gevallen worden machinekamers van ammoniakinstallaties bij inspecties aangemerkt als ATEX zone 2. Dat heeft grote gevolgen: elektrische installaties moeten in explosieveilige uitvoering worden uitgevoerd, gereedschap moet EX-gecertificeerd zijn en onderhoudswerkzaamheden worden complexer en kostbaarder. Toch groeit het besef dat deze classificatie in veel gevallen niet in verhouding staat tot de werkelijke risico’s.
Wat is ATEX eigenlijk?
ATEX is Europese wetgeving die bedoeld is om werknemers te beschermen tegen risico’s van explosieve atmosferen. Bedrijven moeten beoordelen of brandbare gassen, dampen of stoffen zich kunnen ophopen en op basis daarvan zogenaamde ATEX-zones vaststellen. In een zone 2 kan een explosieve atmosfeer incidenteel voorkomen, waardoor aanvullende eisen gelden voor apparatuur en werkzaamheden. In sectoren waar met brandbare gassen wordt gewerkt, is dat een logische benadering. Maar bij ammoniakkoelinstallaties ligt de situatie anders.
Veiligheidsstrategie rond ammoniak
Ammoniak (NH₃) heeft bijzondere eigenschappen. Het is in theorie brandbaar, maar staat in de praktijk vooral bekend om zijn toxische eigenschappen. Daardoor is de veiligheidsstrategie bij ammoniakinstallaties anders ingericht dan bij klassieke brandbare gassen. Binnen de sector gelden duidelijke detectie- en veiligheidsniveaus. Zo wordt ammoniak al ruimschoots onder gevaarlijke niveaus gedetecteerd. Een waarschuwing kan al plaatsvinden bij ongeveer 25 ppm, waarna bij 200 ppm een alarm wordt geactiveerd en de mechanische ventilatie start. Bij 500 ppm wordt de installatie automatisch stilgezet, elektrische systemen spanningsloos gemaakt en de locatie ontruimd. Alleen speciaal opgeleid personeel mag onder strikte voorwaarden nog handelen. Deze waarden liggen vele malen lager dan de concentraties waarbij explosiegevaar überhaupt aan de orde zou zijn. De explosiegrenzen van ammoniak liggen namelijk rond 15 tot 28 volumeprocent in lucht, oftewel circa 150.000 tot 280.000 ppm. Met andere woorden: in een realistische bedrijfsomgeving worden gevaarlijke situaties al lang gedetecteerd en bestreden voordat explosierisico’s relevant worden.
Technisch dichte systemen
Daarnaast zijn ammoniakinstallaties ontworpen als technisch dichte systemen. Tijdens normaal bedrijf treden er geen emissies op en wordt de installatie continu bewaakt met gasdetectie, ventilatie en organisatorische maatregelen. Onder deze omstandigheden wordt het ontstaan van een explosieve atmosfeer als redelijkerwijs uitgesloten beschouwd. Het primaire risico van ammoniak is dan ook toxisch van aard, niet explosief.
Sector in actie
De mogelijke classificatie van machinekamers als ATEX zone 2 heeft grote financiële en organisatorische gevolgen voor bedrijven in de sector. Daarom heeft Nekovri dit onderwerp samen met het Expertteam Techniek actief opgepakt. In nauwe samenwerking met experts uit de sector is het onderwerp inhoudelijk uitgewerkt. Daarbij zijn gesprekken gevoerd met keuringsinstanties, andere brancheorganisaties en toezichthouders. Ook vindt overleg plaats met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Arbeidsinspectie.
Daarnaast is een praktijkcase uit de sector gebruikt om de problematiek concreet te maken en de discussie met betrokken partijen te voeren.
Voorzichtig optimisme
Het traject loopt inmiddels al geruime tijd en vraagt veel inzet van de betrokken specialisten. Binnen het Expertteam Techniek van Nekovri is de afgelopen periode intensief gewerkt aan de inhoudelijke onderbouwing van het sectorstandpunt. Daarvoor zijn onder meer een factsheet, scenario-uitwerkingen en een sectorbrede risicobenadering opgesteld. Deze documenten laten zien hoe de veiligheidsstrategie rond ammoniak in de praktijk werkt, welke alarmniveaus gelden en welke maatregelen bedrijven nemen bij een mogelijke lekkage. Daarmee wordt ook duidelijk dat het explosierisico in de praktijk een zeer beperkte rol speelt in vergelijking met het toxische risico.
De Arbeidsinspectie heeft aangegeven op korte termijn met een reactie te komen. In de gevoerde gesprekken werd bovendien duidelijk dat het standpunt van de sector op meerdere punten wordt begrepen. Zo kan via de bestaande instrumenten, zoals de RI&E en de risicobeoordeling van installaties, al een groot deel van de redenering worden gevolgd. Dat geeft niet alleen hoop, maar ook de verwachting dat er binnenkort meer duidelijkheid komt. Niet om regels te ontlopen, maar om te zorgen dat veiligheidsmaatregelen proportioneel en effectief blijven. Want uiteindelijk is dat waar het om draait: veiligheid die werkt in de praktijk.
Relevante berichten



